Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
352 HORIZONTALE VORM VAN NEDERLAND. § 59.
Horizontale vorm.
Zijne grootste lengte (van 't noorden naar 't zuiden) bedraagt
ongeveer 45 mijlen, de breedte niet meer dan 34 , zoodat het
maar 594,55 Q m. beslaat. Door de aanzienlijke insnijding
van de Zuiderzee, de Lauwerzee en den Dollart wordt de kust-
lengte belangrijk vermeerderd en de toegankelijkheid van den
zeekant niet weinig bevorderd, wat van des te meer gewigt
is, omdat aan de noordwestkust eene lange rij duinen, van de
noordelijkste punt van Noord-Holland (den Helder) tot aan de
mondingen der Maas, het land van dezen kant bijna ontoegan-
kelijk maakt. Vergeleken met België zijn de kusten van Neder-
land ruim 12 maal sterker ontwikkeld, waardoor het volk in
den tijd van zijn hoogsten bloei (17de eeuw) ook meer zijne
heldendaden ter zee dan te land heeft verrigt. Geen land van
Europa is zoo zeer doorsneden met rivieren , vaarten, kanalen,
plassen als het waterrijke Nederland.
De provincie Noord-Holland steekt naar het noorden schiereiland-
vormig met een hoek in de Noordzee uit. De stormen uit het noord-
oosten, die van den kant van Jutland en Skandinavië komen, be-
strijken de noordelijke provinciën; die uit het noorden en noord-
westen hollen even ongehiuderd over de zee langs de Engelsche
kust op Nederland los. Ook voor den ruwen oostenwind van de zijde
vau Duitsehland ligt Nederland open, en maakt dus in dit opzigt een
kontrast met het naburige België, dat van dien kant meer verbor-
gen en beschermd ligt achter de armen van het Ardenner-woud.
De eilandvorming is vrij aanzienlijk; behalve die door de
rivieren en mondingen gevormd en bf Zeeuwsche, bf Zuid-Hol-
laudsche genoemd, heeft men ten noorden van Noord-Holland
eene reeks eilanden : Texel, Vlieland, Ter-Schelling,
Ameland, Schiermonnikoog, Bottum, die de rig-
ting der voormalige kust van het vaste land aangeeft en door
de inwerking der zee werd afgescheurd. De strook der zee tus-
schen deze eilanden en de Priesche noordkust heet Wadden
en is zeer ondiep, zoodat reeds sedert eenige jaren het plan be-
staat om Ameland door indijking met Friesland te verbinden. Li
de Zuiderzee liggen, als overblijfsels van het in dc 13deeeuwver-