Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
348 BEVOLKING VAN BELGië. § 58.
Maas. Het hoofdverkeer heeft tegenwoordig plaats langs het
digte spoorwegnet.
Bevolking.
Onder alle grootere en middelmatige staten van Europa heeft
België de sterkste betrekkelijke bevolking mill. op 536
f~| m., dus 8800 op 1 Q m.); het verschil tusschen enkele
provinciën is zeer aanzienlijk (in Oost-Vlaanderen wonen 14 500
in Luxemburg daarentegen maar 2510 op 1 Q m.).
Volgens afstamming zijn y^ der bewoners van Germaanschen,
Vs (Franschen en Walen) van Romaanschen oorsprong; gene (2/2
miU.) spreken Vlaamsch en Nederlandsch, deze (2 mill.) Waalsch-
Fransch; de eersten bewonen de vlakte, de laatsten het heuvelland.
1) De katholieke godsdienst is bijna uitsluitend de heer-
schende. — Landbouw, nijverheid (in de vlakte katoen- en linnen-
weverijen, in het heuvelland het delven van minerale schatten,
vooral ijzer en steenkolen) en handel zijn de hoofdbronnenvan
bestaan der hoogst werkzame en bedrijvige bevolking, die in de
meeste takken der technische kuituur met Engeland wedijvert 2).
De buitengewone industiële bedrijvigheid wordt uog aangewakkerd
door de groote vruchtbaarheid vau den grond, die in staat is eene
digt op een gedrongen bevolking te voeden, en heeft aanleiding
gegeven tot den bloei van grootere en kleinere steden, die men
nergens op het Europesche vastland in zulk een aantal zamenge-
drongen vindt. Eerst sedert den jongsten tijd heeft zich de regeriug
de zorg over het volks-schoolwezen aangetrokken. Voor het hooger
onderwijs zijn er vier weinig bezochte universiteiten: Brussel,
Gent, Leuven, Luik. Nadat België een zelfstandige staat is, ge-
worden, hebben ook de kunsten, vooral de schilderkunst, eene
nieuwe vlugt genomen, en eene nieuwe Belgische school neemt de
groote inlandsche meesters van de in de 15de en weder in de 17de
eeuw bloeijende Vlaamsch-Brabantsche school tot voorbeeld. De
hoofdkerken, raadhuizen en museums te Brussel, Antwerpen, Gent,
Leuven, Brugge ziju zoo vele getuigen van den vorigen bloei
der bouw- en schilderkunst. — De staatsregeling is beperkt
1) Eene aanschouwelijke voorstelling der taalgrens in België vindt
men in Gumprecht's Zeitsctrift für algem. Erdk. III Bd. 2 Heft (1854).
2) De steenkolenlagen van België bedragen 4% van den vlakte-inhoud,
die van Engeland 5%, die van Frankrijk daarentegen naauwelijk 1%.