Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE NIEUWSTE KANTONS. § 57. 345
Zwabenland en geheel Duitschland zich verbreidde, Rorschach,
als havenplaats aan de Bodensee, en Rappersc h wijl, als haven
aan het Zurichermeer (tegenover de brug) van veel belang. Het
bad Pfäffers zie bl. 296.
20—22. De drie zuidelijke en zuidoostelijke kantons be-
hooren allen tot het Alpenland. Graauwbunderland (het land
der graauwe [grijze], d. i. oude Romanen, ßmoas^ of het bronge-
bied van den Rijn, waarbij zich het kleinere brougebied vau den
Inn heeft aangesloten, is het grootste (127 □ m., dus meer dan
Ve van Zwitserland) en tevens het geringst bevolkte van alle kan-
tons ; het levert door zijne ruwe kontrasten in den vorm van den
grond, in den plantengroei (vruchtbare dalen, op de zuidelijke hel-
ling der Alpen kastanjewouden, wisselen af met woeste vlakten en
gletschermassa's) en in de bevolking naar afstamming, taal, gods-
dienst en zeden (i/, Duitsch, y^ Romaansch met verscheidene dia-
lekten, '/j katholiek, 2/3 protestantsch, zelfs in't zuiden protes-
tantsche Italianen) een beeld van de Alpenwereld in 't klein, en
maakt dus geheel bijzonder den overgang uit van Midden- naar Zuid-
Europa , zoo als dit in het algemeen van geheel Zwitserland kan
gezegd worden. Het kanton maakte langen tijd naast het Zwit-
sersch eedgenootschap een bijzonder verbond op zich zelf uit, be-
staande uit drie bonden: den Graauwen-, den Gotteshaus- en
den Zehngerichtebond, die (tot op de staatsregeling van 1848)
weder uit een aantal (26) kleine, onafhankelijke republieken, hoog-
gerigten genaamd, bestonden. De bewoners hebben veel meer ver-
keer met Duitschland, waarheen de Rijn-weg, met Oostenrijk,
waarheen de Inn-weg, en met Italië, waarheen verscheidene Alpen-
wegen leiden, dan met het binnenste van Zwitserland, waarmede
zij door geen enkel groot rivierdal in verbinding staan. De hoofd-
stad Chur, in het midden van het geheele Boven-Rijndal en aan
het einde van verscheidene dalen, werd het punt van verkeer tus-
schen de Bodensee en het Zurichermeer aan de eene, en het meer
van Como en Maggiore (over den Splugen en den Bernhardin) aan
de andere zijde. Bij de togten naar Rome was zij het laatste
rustpunt der Duitsche keizers (voor den toenmaals minder gemak-
kelijken overgang over den Splugen).
Onder de (ongeveer 150) dalen van Graauwbunderland is het (van 't zuid-
westen naar't noordoosten) lang gerekte Engadin (in cajiite Oeni) oi
bovenste Inndal het bevolktste en welvarendste, ofschoon de hoogste (in
het bovendeel 5700' boven de zee) bebouwde streek van Europa. De man-
nelijke bewoners zoeken grootendeels hun bestaan door een langer verblijf
PÜTZ, VERGEL. AAllDR. 23