Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
340 VERDEELING EN TOPOGRAPHIE. § 57.
gemeenten moet gevraagd worden, zonder dat eene „landsgemeente" bijeen
wordt geroepen, of (in St. Gallen, Luzern, Basel-land, Thurgan, Schwyz)
de gemeenten binnen een bepaalden tijd een veto kunnen uitbrengen. In
de 12 kantons met vertegenwoordiging oefent de „groote raad" (de geko-
zen afgevaardigden van bet volk, meestal 1 op 1000 zielen) de volkomene
wetgevende magt uit. Overal bestaat in de konstitutiën der afzonderlijke
kantons bet stelsel van e'éne kamer. — De uitvoerende magt berust in de
meeste kantons bij een door den grooten raad gekozen regeringsligcbaam (re-
geringsraad , staatsraad, kleine raad); in Graauwbunderland wordt zij uit-
geoefend door eene zoogenaamde stand-kommissie (van drie leden, 1 uit
elk der drie deelen), iu de kleinere kantons met landsgemeenten kiezen
deze de regeringspersonen.
Verdeeling en topographie.
De grondslag tot het Zvvitsersch eedgenootschap werd (1307)
gelegd door het verbond der drie landen aan den Boven-Eeuss:
Uri, Schwyz en Unterwalden, tot een geheel. Hun
middenpunt was het Vierwoudsteden-meer, werwaarts de wate-
ren der gezamenlijke dalen vloeijen. Luzern, waar de Reuss
uit het Vierwoudsteden-meer stroomt, trad als vierde woud-
kanton tot het verbond toe (1332), waarbij zich spoedig (1351
tot 1354) nog vier naburige kantons aansloten: in 't noorden
Zurich en Zug, in't oosten Glarus, in 't westen Bern.
Dit „eedgenootschap der 8 oude landen" maakt het historisch mid-
denpunt van Zwitserland uit, waarbij zich nog tegen het einde
der 15de en in 't begin der 16de eeuw de zoogenaamde midden-
kantons, in 't westen Freiburg, in't noorden Basel, So-
lothurn en Schaffhausen, in 't oosten het geïsoleerde
Appenzell voegden, zoodat de „bond der 13 landen", die
allen tusschen de noordelijke keten der Alpen en den Rijn
liggen, tot aan den inval der Franschen op het laatst der 13de
eeuw, het eedgenootschap uitmaakte. Daarbij kwamen nog in
1798 en 1803 de 6 nieuwe en in 1855 de 3 nieuwste kantons
(Wallis, Geneve, Neufchatel), die zich allen als grenskantons bij
de oude kern voegden: in't westen Geneve, Waadtland
en Neufchatel, in 't noorden Aargau en Thurgau, in 't
oosten St. Gallen en Graauwbunderland, in 't zuiden
Tessino en Wallis.