Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
336 LIGGING. HORIZ. EN VEET. VOEM VAN ZWITSERLAND. § 57.
't zuidoosten Italiaansch en Romaansch gesproken wordt. Hier raken
dus de drie voornaamste volkeren van het vastland aan elkander:
Duitschers, Franschen en Italianen. En even als er in de plasti-
sche geleding der oppervlakte, in klimaat en plantengroei grootere
tegenstellingen plaats hebben en die zich moeijelijker laten vereffe-
nen (zie bl.265) dan ergens elders op eene zoo beperkte ruimte,
ziet men dit zelfde verschijnsel ook in afstamming, taal en godsdienst
der verschillende bevolking.
Ligging; horizontale vorm.
De natuurlijke grenzen van Zwitserland worden ge-
vormd gedeeltelijk door bergen: in 't zuiden door de Penni-
nische en Lepontische Alpen, in 't westen door den Franschen
of Zwitserschen Jura; gedeeltelijk door de grootste Alpenme-
ren: de Bodensee in 't noordoosten, het meer van Geneve in
't zuidwesten, het Lago Maggiore in 't zuiden; gedeeltelijk door
de stroomlijn des R ij n s, zoowel in 't oosten (bij Lichtenstein
en Tirol), als in 't westen (bij Baden), waar hij vooral zeer ge-
schikt is om de grens te vormen, omdat zijn water daar wegens
de schietstroomen weinig bevaarbaar is. Van alle kanten lig-
gen enkele deelen, tot dit land behoorende, buiten de natuur-
lijke grens. — De staatkundige grens wordt gemaakt door Frank-
rijk, Duitschland en Italië.
De horizontale vorm van Zwitserland, het eenige Europesche
land, dat niet aan de zee grenst, is zeer onregelmatig, vooral
in 't zuiden , waar gedeelten van Italië driemaal, gelijk schier-
eilanden , naar het noorden vooruit springen: Savoije tot aan
het meer van Geneve, Piemont tot bijna aan den top van den
St. Gotthard, en Lombardije tot op de hoogte van den Splugen.
Op de oostelijke zijde wordt de regelmatigheid van den vorm,
hetzij van een halven cirkel, hetzij van een vierhoek, afgebro-
ken door het vooruitspringen der grenzen van Tirol tot aan den
Rijn. Daarom krijgt Zwitserland eene betrekkelijk lange grens-
lijn (van 153 m. op 718 Q m.).
Vertikale vorm en wateren.
De grootste helft van 't geheel behoort tot het Alpenland
en wel tot het westelijk gedeelte der Centraal-Alpen; het ove-