Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
334 CORSICA. FRANSCHE KOLONiëN § 56.
bestaat uit twee dalvormingeu, die zich in eene tegenovergestelde
rigting uitstrekken: het naar 't zuiden gerigte Saone-Rhonedal en
het naar 't noorden opene Loiredal (het landschap Le Forez). Deze
provincie bezit de rijkste kolenlagen van Frankrijk cn bevat de voor-
naamste middenpunten der industrie: a. Lyon (318 000 inw.) aan
de zamenvloeijing van de Rhone en Saone, ten gevolge harer lig-
ging in het midden van het stroomstelsel op de westzijde der Alpen
en als middenpunt van het voormalige Bourgondië, reeds sedert
lang de tweede stad van Frankrijk (onder de Romeinen in het be-
gin zelfs de hoofdstad van Gallië, later ten minste die van een der
vier groote deelen van Gallië, dat naar haar den naam van Lugdu-
nensis kreeg, dan eene der 4 residentiën van het oude en voor een
korteu tijd de hoofdstad van het nieuwe Bourgondische rijk), b. St.
Etienne (92000 inw.).
24. Berry, eene eentoonige vlakte op de noordwestelijke zijde
van het bergeiland van Midden-Frankrijk, met de stad Bourges
(26000 inw.), vroeger als handelstad en universiteit aanzienlijk.
25. Bourbonnais en Nivernais, de noordelijke terraslan-
den van Hoog-Frankrijk, het eerste links, het laatste regts van
de Boven-Loire (met de steden Moulius en Nevers).
VI. Het eiland Corsica.
Dit (159 □ m. groote) eiland, te onbeteekenend om zijne onaf-
hankelijkheid te handhaven, is van de eene vreemde heerschappij iu
de andere overgegaan, en ten laatste (1768) bij verdrag van Genua
aan Frankrijk gekomen. Van den eenen kant heeft de herhaalde
wisseling van overheerschers, van den anderen kant de ruwe natuur
van het gebergte, dat zich tot bijna in het gewest der eeuwige sneeuw
verheft (tot 8500') en grootendeels het eiland beslaat, het doordrin-
gen en bevestigen der beschaving moeijelijk en de voortduring der
ruwe volks-eigendommelijkheid gemakkelijk gemaakt. Een naau-
were band tusschen het noordelijkste der grootere Italiaansche
eilanden en Frankrijk werd er gelegd door de verheffing van een
Corsicaan op den Franschen troon. De versterkte stad Bast ia
aan de vruchtbare noordzijde en Aj aecio aan de westkust, waar
men veel golven aantreft, de geboorteplaats van Napoleon I, zijn
de voornaamste havens van het eiland.
VIL De Fransche koloniën.
Zoowel in Noord-Amerika als in West- en Oost-Indië
heeft Frankrijk zijne eenmaal vrij aanzienlijke bezittingen (groo-
tendeels aan Engeland) verloren, zoodat het iu Noord-Amerika