Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
332 OOST-FEANKRIJK. § 56.
13. Savoije met de hoofdstad Chambery. Vele bewoners
van dit hoogste Alpenland zoeken hun bestaan iu het buiteidand.
14. Dauphiné, ten noorden van Provence tot aan de vereeni-
ging derlihone en Saone, met de versterkte hoofdstad Grenoble
(33 000 inw.), die haar bloei te danken heeft aan de gewigtige lig-
ging bij de opening van het groote Alpendal der Isère naar de dal-
vlakte der Rhone.
15. Bourgondië (Bourgogne), op beide oevers der Saone, op
welker regter oever de aan wijnbergen rijke Côte d'or, en langs
welker linker oever zich vruchtbare vlakten uitstrekken. De haven-
stad is D ij O n (33 000 inw.) aan het banaal van Bourgondië, eertij ds
de residentie der magtige hertogen van Bourgondië, thans het mid-
denpunt van den handel in Bourgogne-wijn.
16. Franche-Comté of het Vrijgraafschap Bourgon-
dië, ook Hoog-Bourgondië wegens zijne ligging in en aan den
Jura, met de hoofdstad Besançon (het Vesontio der Sequanen,
44 000 inw.), op een schiereiland door de Doubs gevormd, de sta-
pelplaats voor den handel tusschen het zuidoosten eu noordoosten,
uit hoofde harer ligging in het overgangsland tusschen de stroom-
gebieden van de Rhone en den Rijn op de westzijde van den Jura.
17. Els as, de lang gerekte, doch smalle dalvlakte aan de
westzijde van den Boven-Rijn, ten oosten der Vogesen, die naar
het Rijndal eene steile helling hebben, met eene bevolking, die
Hoogduitsch spreekt en zich minder onmiddellijk aan den Rijn dan
aan den 111 heeft nedergezet (verg. Baden), welke rivier zeer ge-
schikt is voor den aanleg van fabrieken; de provincie ontleent haar
naam aan den 111 (vroeger Ell). De hoofdstad is Straatsburg
(82000 inw.) aan den bevaarbaren 111, '/j uur van den Rijn, die
hier iu een eng bed wordt zamen gedrongen en dus ligtelijk te
overbruggen was, en ook hier eerst eene ongestoorde bevaarbaarheid
verkrijgt. Zij is, als de aanzienlijkste stad in de Boven-Rijnschc
laagvlakte en tevens als rustpunt op de groote Europesche heerba-
nen van den Donau naar de Seine, van Weenennaar Parijs (daar-
om dc „Stratenburg"?), van groot gewigt uit een krijgskundig oog-
punt (daarom zeer versterkt) en voor den handel, bovendien met
Parijs de eenige volledige universiteit van Frankrijk. In den Bo-
ven-Elsas zijn Colmar en Muhlhausen (36000 inw.) hoofd-
plaatsen voor de fabriekeu, beiden insgelijke aan den 111, de laat-
ste, even als Straatsburg, tevens aan het Rhone-RIjn-kanaal.
18. Lotharingen (la Lorraine), een plateau op beide oevers
van de Maas en de Moezel, welks zuidelijke rand gedeeltelijk het