Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
vertikale vorm. rivieren en kanalen. § 56. 323
een grooteren weg naar den oceaan zendt. Even als bij dat schiereiland
bepaalt zich ook hier het maritime (Middellandsche) gedeelte tot
een enkel groot stroomgebied (de Rhone) met den kustzoom langs
de Middellandsche zee, terwijl het oceanisch gedeelte alle ove-
rige stroomgebieden bevat.
Horizontale vorm.
Frankrijk heeft eene bijna vierkante gedaante, daar de groot-
ste uitbreiding van 't noorden naar 't zuiden (135 m.), die van
't oosten naar 't westen (125 m.) maar 10 m. overtreft. De
kustontwikkeling (300 ra., waarvan bijna voor den Atlan-
tischen oceaan en J/^ voor de Middellandsche zee) is met be-
trekking tot den vlakte-inhoud van het geheel (9875 | | m.
zonder Corsika) niet groot (1 m. kust op 33 Q m.); want er zijn
maar twee schiereilanden: dat van Bretagne en van Norraan-
dië. De eilandvormin g is onbeduidend, daar Corsika physisch
eerder tot Italië behoort. De groep der Normandische eilanden
in deu oceaan behoort staatkundig tot Engeland, maar geogra-
phisch tot Frankrijk. Verder heeft men op de westkust de eiland-
jes Ouessant, Croix, Belle-Isle, Noirmoutier,
Yen, Ré, Oleron. Goede havens biedt de kust alleen aan
den voet der Alpen (Toulon, Marsedie), aan het kanaal (Gher-
burg, Havre, Dieppe, Boulogne, Calais, Duinkerken) en op
het rotsachtige schiereiland Bretagne (Brest, L'Orient) aan;
het minst vindt men ze aan de Biskaische golf, waar de kust
uit duinen en moerassen bestaat.
Vertikale vorm.
De vorm der vlakte, wel niet de horizontale, maar toch
de golvende (gelijk in het tegenoverliggende Engeland), is niet
alleen op zich zelf overwegend, maar nog veel meer daardoor,
dat hij een zamenhangend gebied uitmaakt, dat minstens de helft
van de oppervlakte des lands beslaat en zich van den voet der
westelijke Pyreneën tot aan den Rijn uitstrekt en onmiddellijk
in de Germaansche laagvlakte overgaat. Meer horizontaal is de
kleinere laagvlakte aan de Beneden-Rhone en de Middellandsche
zee. De vertikale verhevenheid van den grond bepaalt zich tot