Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
322 ligging en grenzen. horizontale vorm. § 56.
drie groote waterwegen voeren, heeft aan Frankrijk niet die be-
teekenis gegeven, welke men welligt had kunnen verwachten. Voor
de ontdekking van Amerika heeft bijna alleen de noordwestkust,
die talrijke havens bezit, eenige beteekenis ontvangen als tegen-
overliggende kust van Engelands strand, waarheen zij Belgische,
Romaansche en Normandische bevolking als volkplantelingen of ver-
overaars heeft gebragt. Maar nadat de Atlantische kust door de ont-
dekkingen op het einde der 16de eeuw eene hoogere beteekenis had
verkregen, hebben de Franschen vau alle volkeren, die aan den At-
lantischen oceaan wonen, het minste deel genomen in de grondvesting
van groote rijken aan gene zijde der wereldzee. Nooit heeft Frank-
rijk op zee een schitterend geluk genoten. Het bepaalde overwigt
van het uitgestrekte binnenland op het kustgebied, verbonden met
een rijken grond, die zonder ver te zoeken aan de meeste behoeften kan
voldoen, verder de sedert eeuwen bestaande begeerte om de landgren-
zen in 't oosten uit te breiden, misschien ook de eentoonigheid van
het zeeleven tegenover de levendigheid van het Fransche karakter, al
deze omstandigheden hebben zamengewerkt om van de natie voort-
durend een kontinentaal volk te maken en het niet als een zeevolk
te doen streven naar grootheid op den oceaan.
Ligging en grenzen.
Frankrijk heeft als natuurlijke grenzen de twee voornaamste
zeeën en hoogste hoofd-bergketenen van Europa, en waar de
westelijke Alpen ophouden (bij het meer van Geneve), zet de
Jura de natuurlijke grenzen voort tot aau de kromming van
den Eijn bij Basel. Door de inlijving van Savoije en Nizza
(1860) reikt het Fransche gebied tot aan de oostzijde der wes-
telijke Alpen. In de noordelijke helft van de kontinentale oost-
grens heeft de staatkunde de natuurlijke grenzen (de Vogesen
en Ardennen) belangrijk verplaatst ten nadeele der oostelijke
buren en zelfs gedeeltelijk den Rijn doen bereiken.
Even als bij het Iberische schiereiland kan men ook bij Frank-
rijk een kleiner (2/9), aan de Middellandsche zee gelegen
en een veel grooter (ya), met den oceaan verbonden gedeelte onder-
scheiden, waarvan door de Cevennes, het plateau van Lyonnais en
Côte d'or het scheidingsgebergte gevormd wordt, dat, even als de
oostelijke rand der hoogvlakte in Spanje, veel digter bij de Mid-
dellandsche zee komt dan bij. den oceaan en zijne hoofdrivieren langs