Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
16 VERTIK. V0K5I DER AARDOPPERVL. VULKANEN. § 3.
kring); dit is inderdaad een middel om het verschil in temperatuur
te vereffenen. Zoo de verhouding omgekeerd was, zou een groot
gedeelte der nu beschaafde aarde onbewoonbaar zijn.
Tegenover het hoogland staat het laagland met eene
gelijkmatige oppervlakte, die zich tot hoogstens 500' volstrekte
hoogte verheft en door lage heuvels een golvend aanzien ver-
krijgt. Wanneer het vlakland wegens het rotsachtige van den
grond of gebrek aan water niet geschikt is voor den landbouw,
heet het steppe of w o e s t ij n; de enkele vruchtbare plaatsen,
daarin gelegen gelijk eilanden in zee, noemt men oasen.
De hooglanden dalen niet altijd onmiddellijk, maar dikwerf
wordt de overgang der beide tegenstellingen van vertikale ver-
heffing gevormd door terraslanden.
De verdeeling van hoog- en laagland is over het alge-
meen zoodanig, dat in de oude wereld het hoogland (hoogvlakten en
gebergten), in de nieuwe wereld daarentegen het laagland overwe-
gend is. Beschouwt men het totaal van het laudhalfrond, dan is in
de rigting van het gemeenschappelijke middenpunt het laagland
overwegend, terwijl in de rigting naar buiten een krans van verhe-
venheden des bodems digt langs den omtrek der landwereld loopt,
en wel in de oude wereld (Azië en Afrika) als eene kolossale plateau-
massa, in de nieuwe (Noord- en Zuid-Amerika) als de reusachtigste
aaneengeschakelde verheffingen van den aardbol, overal met steile
en niet zelden plotselinge daling naar de zeezijde, daarentegen met
zachtere glooijing naar de veel uitgestrekter landzijde.
Het vloeibare binnenste der aarde staat met den luchtkring
in gemeensehap door de vulkanen, die rook, gassoorten,
asch, zand, slijk en steenen uitwerpen. Alex. v. Humboldt
heeft 407 vulkanen op de aarde geteld, daaronder 225 nog
werkende, waarvan in den grooten oceaan en daar omheen
liggen (zie bl. 81). Hij verdeelt ze in (70) kontinentaal-en (155)
eilandvulkanen. De grootste menigte der eilandvulkanen op de
beperktste ruimte bevindt zich op de Zuid-Aziatische eilanden
(Soenda-eilanden en jNIolukken), de Aleoeten en Koerilen.