Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
frankrijk. § 56. 321
dringen van den vloed zelfs voor zeeschepen over eene groote
uitgestrektheid bevaarbaar. In de nabijheid van het fort Bath
betreedt zij Neerlands grondgebied en splitst zich dan in twee
armen, de Ooster- en Wester-Schelde (Hont). Door den
eersten arm wordt Zeeuwsch-Vlaanderen gescheiden van Zuid-
Beveland en Walcheren; deze valt door den Deurloo in zee.
De H o n t of Wester-Sehelde, die Zuid-Beveland . van Noord-
Brabant scheidt en, door de Eendragt (de grens tusschen
Noord-Brabant en Tholen) en het Slaak (tusschen Pbilipsland
en Noord-Brabant) met de Krammer vereenigd, de zuidelijke
kusten besproeit van de eilanden Tholen en Schouwen, stort
hare wateren in zee door den Roompot (zie § 59).
h. Van de Fransche laagvlakte.
1. De Somme, die in het kanaal la Manche valt.
2. De Charente t . , , ..
3 De Adour Biskaije uitloopen.
§ 56.
FRANKRIJK.
Geographische stelling.
Frankrijk heeft de rol op zich genomen van middelaar tus-
schen de Romaansche en Germaansche wereld. Daartoe
wordt het reeds aangewezen door zijne ligging, dewijl het in 't zui-
den en zuidoosten aan twee Romaansche, in 't noorden en noordoosten
aan twee Germaansche landen onmiddellijk grenst en van Groot-Brit-
tanje enkel door eene naauwe straat gescheiden is. Daaruit volgde,
dat het niet alleen zelfs beide elementen, het Romaansche en Ger-
maansche, in zieh opgenomen en met elkander vermengd heeft, maar
ook aan zijne Germaansche buren, de Duitschers en de Britten, die
Romaansche bestanddeelen heeft medegedeeld, welke wij in hunne be-
schaving vinden. Zulk eene dubbele natuur van zijne eigene bescha-
ving heeft aan deze, zoo wel in de zuidelijke als noordelijke landen,
een gemakkelijken toegang verschaft, en daarom heeft Frankrijk ook
in de laatste eeuwen, behalve zijn aanzienlijken invloed op den
staatkundigen toestand, eene zekere verstandelijke wereldheerschap-
pij over Europa verkregen.
Zijne stelling ten opzigte van den oceaan, werwaarts