Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
320 garonne, eideb, ems, schelde. § 55.
schen het binnenland van Frankrijk en de zeeën, die er de
kusten van bespoelen. Zij ontstaat uit twee armen, die op het
hoogland van Gevaudan en Vivarais ontspringen en evenwijdig
loopen: de eigenlijke Loire en den Allier. Voor dat zij het
bergland verlaten, vereenigen zij zich tot écn stroom, die in
de laagvlakte de noordwestelijke rigting tot Orleans behoudt,
zich dan naar het zuidwesten keert, en als hij nog den Cher en de
Vienne heeft opgenomen, zich zeewaarts naar het westen
wendt. De vloed der zee, die zelfs tot bij Nantes reikt, voert
groote schepen tot aan die stad; verder opwaarts wordt de
scheepvaart door eilanden en zandbanken en in den zomer ook
door gebrek aan water gestremd.
4. De Garonne (natuurlijk op haar regter oever) ontvangt
uit het Fransche middengebergte den Tarn, den Lot, de Dor-
dogne in hoofdzakelijk westelijke rigting. Nadat zij de Dor-
dogne (beneden Bordeaux) heeft opgenomen, neemt de rivier,
die hier tot eene golf is aangegroeid, den naam van G i r o n-
de aan.
III. db rivieren der laagvlakte.
a. Van de Germaansche laagvlakte.
Van de landruggen, die voor de Oostzee liggen (de Pruisische, •
Pommersche, Mecklenburgsche), stroomen haar eene menigte
kleine kustrivieren toe, die voor de scheepvaart niets beteeke-
nen. Van meer gewigt zijn de rivieren, die in de Noordzee
uitioopen.
1. De E i d e r, die door middel van een kanaal de Noord-
zee met de Oostzee verbindt.
2. De Ems ontspringt op de zuidwestelijke helling van
het Teutoburger woud en loopt in eene noordwestelyke, daarna
noordelijke rigting uit in den Dollart.
3. De Schelde, de westelijkste stroom van het Neder-
Rijnsche laagland, wordt in hare zuidelijke helft door zijrivie-
ren (Lijs) en kanalen, en in haar benedenloop door het binnen-