Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
318 DE WESER. § 55.
de Mul de en van het Fichtelgebergte de Saaie (met de IIm
en de Unstrut), maar dan ook op dien kant geen noemens-
waardig stroompje meer; daarentegen nu op den regter oever
een twee-armigen, grootendeels tot, het laagland behoorenden
stroom, de Ha vel met de Spree. De eerste komt van den
Mecklenburgschen landrug en vereenigt zich bij Spandau met
de Spree, die in eene tegengestelde (zuidelijke) rigting uit het
Lausitzer gebergte komt. Ook de Elbe heeft in haar mondings-
gebied stroomsplitsingen en verwijdt zich tot eene (2 m. breede)
golf, maar zonder haffvorming, zoo als bij de Oder.
3. De Weser ontstaat uit de vereeniging van Werra 1)
en Fulda. De eerste komt uit het Thuringer woud, de laatste
van het Ehöngebergte. Na een korten loop komen zij reeds tot
op weinige mijlen afstands bij elkander (bij Hersfeld), scheiden
dan weder in tegengestelde rigtingen, en als zij voor de tweede
maal op elkander aanstroomen, verbinden zij zich werkelijk tot
é é n e rivier, die nu in een vrij eng dal zich een weg baant door het
naar haar genoemde Weser-bergland, en zich, als zij het mid-
den-gebergteland (bij Vlotho) verlaat, niet door de Weserketen
nanr het westen laat dringen, maar door eene hierin geopende
poort (porta IFestphalica) naar het noorden deu weg zoekt over
de Germaansche laagvlakte naar de Noordzee, die zij, gelijk
de Elbe, door eene golfvormige stroomverwijding bereikt.
Ook hier doet zich het zelfde verschijnsel op als bij de Oder en
de Elbe, namelijk, dat de zijrivieren zich in den beginne alleen
maar op de linker zijde bevinden (de vereenigde Schwalm en Eder
vloeijeu reeds naar de Fulda, de Diemei naar den vereenigdeu
stroom), en dat er in den benedenloop maar een enkele, doch aan-
zienlijke en reeds door meer toevoer versterkte laagland-stroom op
den regter oever in valt: de Aller met de (aan de Weser even-
wijdig loopende) Leine en de Ocker. In hare monding, die
ook eene golf is geworden, loopt nog links de H u ut e uit.
1) "Welligt is de meening juister, dat ■\^^ese^cn Werra maar ée'ne rivier
is, die de Fiilda opneemt. In de middeueeuweu heet de Weser bij Bremen
meestal Werra.