Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE ELBE. § 55. 317
(Ie rigting van den stroom hoofdzakelijk noordwaarts; hij krijgt
nu geen toevoer meer van de linker zijde, maar van de regter
zijde neemt hij de aanzienlijkste van al zijne zijrivieren op: de
Warthe, die, na een langen, meestal met de rigting van
den hoofdstroom evenwijdigen loop, door de aanzienlijke Net-
ze (de afwatering van een klein meer) versterkt, bij Kustrin
in de Oder valt. De hoofdrivier breekt door den Pommer-
sehen landrug en verwijdt zieh na verseheidene stroomsplit-
singen in het Stettin er Haff (7 m. lang en 6 m. breed).
Met drie monden, de Diwenow in 'toosten, de Swine in
't midden (debelangrijkste voor de scheepvaart), de Peene in
't westen , loopt zij in de Oostzee uit. Deze drie monden worden
door de eilanden Usedom en Wollin geseheiden.
2. De Elbe, de grootste rivier van de Noord-Duitsehe
laagvlakte, heeft hare talrijke bronnen op de hoogste kammen
van het Reuzengebergte in de nabijheid van den Sneeuwkop.
Na een korten zuidelijken loop wordt zij door de noordelijke
helling van het Boheemsche terras naar het westen gedrongen
en volgt na de vereeniging met de M o 1 d a u, die van de ooste-
lijke helling van 't Bohemer woud komt en rijker is aan wa-
ter , de rigting van deze naar 't noorden (even als de Rhone
die van de Saone naar 't zuiden). Versterkt door de Eger,
die haar water van het Fichtelgebergte ontvangt, zoekt zij door
de basalt-kegelbergen van het zoogenaamde Boheemsche mid-
dengebergte en de zandsteenrotsen van het Saksische Zwitserland
een uitweg in de Noord-Duitsche laagvlakte, waardoor zij in
eene hoofdzakelijk noordwestelijke rigting stroomt; soms is zij
op eene merkwaardige wijze met de Oder evenwijdig, niet al-
leen wat de krommingen aangaat, maar ook met betrekking
tot de zijrivieren. Even als de Oder hare meeste zijrivieren, en
wel bergstroomen, op de linker zijde ontvangt en, nadat
deze bij de sterkste buiging van den hoofdstroom naar 't westen
opgehouden hebben, regts een enkelen aanzienlijken laagteland-
stroom van twee armen opneemt, zoo krijgt ook de Elbe bij hare
bepaalde wending naar het westen links van het Ertsgebergte