Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
de eisch. § 55. 315
nestralen even ongehinderd doorlaten als zij zelf tegen de noorde-
winden beschut ziju, weshalve de oevers van deze kristalhelde-
re waterspiegels reeds met den weelderigsten Zuid-Europescheu
plantengroei (laurier, pijnboom, cypres, citroen en andere zuid-
vruchten) prijken, waarvoor de met sneeuw bedekte toppen der
Alpen op den aelitergrond een merkwaardigen tegenhanger vormen.
Van de plaats af, waar de Mincio, die bij Mantua een moerassig,
ondiep meerbekken vormt, waardoor die vesting omgeven en be-
schermd wordt, in deu Po valt, ontvangt deze geen toevoer meer
uit de Alpen, daar de Etsch, zoodra zij zich bij hare komst op de
laagvlakte naar het oosten gekeerd heeft, dien opneemt. Evenals
de drie andere Alpenstroomen, vormt ook de Po in zijn mondings-
gebied door natuurlijke en kunstmatige splitsingen eene delta met
voelarmen; die delta is echter grootendeels een moerasland, dat
alleen voor den rijstbouw geschikt, uit hoofde der ongezonde
lucht bijna onbewoonbaar is, en dus deelt in het karakter van de
geheele noordwestkust der Adriatische zee.
Zoo loopt de Po, ofschoon hij eene streek doorstroomt, die
zich door hare geheele gedaante als een geographisch geheel
voordoet, van zijne bronnen tot aan zee, door landschappen van
een veelvuldig geschakeerd karakter: wilde bergstreken inde Alpen
op de eene zijde, en laagten aan zee, die zich bijna niet boven, den
waterspiegel verheffen en door haar aanzien aan de Nederlanden
doen denken, op de andere zijde. Terwijl de bewoners aan zijne
bronnen met de kariglieid van den grond kampen en bevreesd zijn
voor de lawinen, zien de bewoners van zijn mondingsland in zekere
jaargetijden wijd en zijd de streek onder water, waarboven alleen
de boomen met hunne toppen en de dorpen uitsteken, die op een
kunstmatig opgehoogden bodem zijn aangelegd.
5. De Etsch heeft hare bron (op de Malser heide) op de
westelijke grens van Tirol en neemt bijna alle wateren van
Zuid-Tirol op. Bij Verona treedt zij de Lombardische vlakte
binnen, keert zieh naar den Po, vereenigt er zich nogtans niet
mede, maar loopt evenwijdig met hem naar de Adriatische zee.
In haar boven- (oostelijken) loop stroomt zij door het lengte-
dal van Vintsohgau, wendt zieh, kort na den Pas se ij er (bij Me-
ran) te hebben opgenomen, naar het zuiden , en ontvangt van den
Brenner den (reeds door eene oostelijke zijrivier, de Bienz, uit het
Puster-dal versterkten) Eisack. De vereenigde wateren dezer
drie dalen breken in een diep uitgesneden dal door de Ortler- en
31*