Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE PO. § 55. 313
Heeft de Rhone het meer van Geneve verlaten, dan breekt
zij door den Jura in eene enge, steile dalkloof, waar de bed-
ding tot eene breedte van slechts 15—16' versmald wordt.
Vroeger werd zij hier een tijd lang door rotswanden over-
dekt (tot \perte dn Rhone). In haar verderen, weldra wes-
telijk gerigten loop wordt zij door het tegenover gelegen Zuid-
Fransche bergland gestremd en volgt, na zich vereenigd te heb-
ben met de reeds door den Doubs versterkte S a one, bij
Lyon de rigting der laatste naar het zuiden. Van hier af ver-
gezelt zij het westelijke, even als de Donau in zijn zuidelijken
loop het oostelijke Alpenland. Zij ontvangt ook in den midden-
en benedenloop hare voornaamste zijrivieren uit de Alpen : de
Isère en Durance, welker dalen, even als de hoofdstroom,
naar Alpenpassen uit Frankrijk naar Italië voeren, de eersten
naar den kleinen St. Bernhard (en door eene zijrivier, de Are,
ook naar den Mont Cenis), de laatsten naar den Mont Genevre.
Terwijl deze oostelijke zijrivieren zoo veel water aan de Rhone
geven, dat zij in den benedenloop de eerste rivier van Frankrijk
wordt, ontvangt zij van de westelijke geen noemenswaardigen
aanvoer meer, omdat zij hier onmiddellijk den oostelijken rand
van het midden-Fransche bergland bespoelt, dat zijne wateren
naar den Atlantischen oceaan zendt.
4. De Po loopt bijna evenwijdig met den zuidelijken voet
der Alpen en neemt alle wateren op , die de westelijke Alpen
naar het oosten , de Centraal-Alpen naar het zuiden en de noor-
delijke Apennijnen naar het noorden zenden , behalve de Etsch ,
die er wel digt bij komt, maar zich er niet mede vereenigt Ont-
sprongen op de sneeuwrijke toppen van den Monte-Viso, loopt
hij dadelijk uit het Alpenland in de vlakte, bereikt in eene
noordelijke rigting Turijn, bespoelt van hier af in een noord-
oostelijken boog de noordelijke helling der Apennijnen (het
bergland van Montferrat) en neemt zoo langzamerhand zijne
hoofdrigting naar het oosten , waarin hij tusschen vlakke oevers
het Lombardische laagland (eens een zeebekken) in zijne grootste
uitgestrektheid (van 't westen naar 't oosten) doorstroomt.
pütz, vekgel. aardr. 21