Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
312 de rnonb. het meer van geneve. § 55.
de regter zijde, en in zekeren zin ook tegenover den Midden-
Donau, die van beide zijden aanzienlijken toevoer krijgt.
3. De Rhone ontspringt uit een grooten (6 uur langen)
gletscher op de westzijde van den St. Gotthard. Zij stroomt
eerst (tot Brieg) in eene zuidwestelijke, verder in eene meestal
westelijke rigting door een tamelijk breed, diep dal (Opper- en
Neder-Wallis) tusschen de hoogste Alpenketens, waaruit zij
eene menigte woeste Alpenbeken van beide zijden ontvangt.
Bij Martinach keert zij eensklaps naar het noordwesten, om
zich door eene doorbreking in eene enge dalkloof een weg te
banen naar het meer van Geneve, tusschen de buitenste
voorbergen der Berner-Alpen aan den eenen en den Montblanc
aan den anderen kant, en zoo den uitgang uit het door natuur-
lijke muren afgesloten Alpendal, dat sedert oude tijden bij voor-
keur het Alpendal (Vallis) genoemd werd, te bereiken.
Het meer van Geneve (Lac Leman). Even als de Rijn aan
de noordoostelijke grens van Zwitserland, daar waar hij het Alpen-
land verlaat, het kolossale waterbekken der Bodensee vult, zuivert
de Rhone, als zij van het Alpenland naar het Helvetische tafelland
overgaat, hare onstuimige, troebele wateren in een sikkelvormig,
iets grooter meer (10 m. lang, li/^m. breed, lOVj Dm., of 0,7
meer dan de Bodensee). Gelijk verder de Bodensee met eene
versmalling in de rivierbedding, het „beneden-meer", eindigt,
loopt het onderste deel van het meer van Geneve in eene dergelijke,
ofschoon niet zoo afgeslotene, golfvormige versmalling uit, om de
Rhone allengs hare rivierbreedte te doen hernemen. Maar het meer
van Geneve draagt veel meer het karakter der Alpenmeren, want
zijn geheele zuidelijke oever maakt de onmiddellijke helling der
Grajische Alpen cn vooral der bergmassa van den Montblanc uit,
terwijl in het noordwesten de ketenen van den Jura het meer nade-
ren en er zich op de noordelijke en zuidoostelijke zijde een liefelijk
heuvelland aansluit. Dit kontrast der deels trotsche, deels liefelij-
ke oeverlandschappen, verbonden met de heerlijke wateren, die
bij geen ander Alpenmcer zoo donkerblaauw zijn, alsmede met den,
uit hoofde der lage ligging, weelderigen plantengroei en de talrijke
bloeijende plaatsen, geeft aan dit meer de bekoorlijkheid te gelijk
van het Vierwoudsteden- en van het Züricher meer. Wat bedrijvig-
heid door scheepvaart en handel aangaat, wordt het, zoo wel als
alle Alpenmeren, door de Bodensee overtroffen.