Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
VERTIKALE VORM DEE AAKDOPPERVLAKTE. § 3. 15
stek de grootste verscheidenheid, zelfs de sterkste kontrasten in
temperatuur, klimaat, plantengroei. Zoo stijgt men in eenen dag
uit den tuin vau Europa (b. v. van de oevers vau het meer van
Como) naar de gewesten van de eeuwige sneeuw en treft daar nog
te naauwer nood den plantengroei der poollanden aan. Tevens ziju
hooge bergketenen de grootste hinderpalen voor het verkeer tusschen
de volken en voor de uitbreidiiig der beschaving; lang waren de
Alpen de scheidsmuur tusschen de beschaafde en de niet-beschaafde
helft vau ons werelddeel.
Verhevenheden der aardoppervlakte, in zoo verre zij van een
lager standpunt uit gezien kunnen worden, noemt men h e u-
vels en bergen, waarbij men voet, helling en top
onderscheidt; bestaat de top uit puntige rotsen, dan krijgt hij
den naam van hoorn, tand {dent), naald {aignillé) •, ii\i\]
kegelvormig, dan heet hij piek; maar een afgeknotte draagt
den naam van kop, top, puy. De laagten tusschen de ber-
gen zijn dalen, en wel hoofd- en neven- of z ij dalen,
die, wanneer zij met de insluitende bergen evenwijdig loopen,
lengtedalen, en wanneer zij eene bergketen doorbreken,
dwarsdalen heeten. Eene reeks zamenhangende bergen van
aanzienlijke lengte, maar betrekkelijk geringe breedte, vormt
eene bergketen, waarvan het bovenste, dikwerf smalle deel,
de kam, hier en daar inzakkingen of uitsnijdingen heeft, die
tot passen gebezigd worden, wanneer zij met sterke, maar
niet te steile hellingen op beide zijden verbonden zijn. Als ver-
scheidene bergketenen in een punt zamenloopen, ontstaat een
bergknoop. "Wanneer zamenhangende verhevenheden der aard-
korst, door geene stroomdalen geheel gebroken, zich naar alle
rigtingen ver uitbreiden, worden zij hooglanden genoemd;
deze kunnen weder gebergten dragen of volkomen h o o g v 1 a k-
t e n (tafellanden, ylateaux) zijn; soms zijn zij omgeven door
randgebergten.
In het algemeen nemen de verhevenheden op de aardoppervlakte
toe van de polen lot aan de keerkringen, in welker nabijheid de
grootste opheffingen gevonden worden (in de oude wereld de Hima-
laja in de nabijheid van den kreeftskeerkring; in de nieuwe we-
reld de grootste hoogte in de Cordilleia's bij den steenbokskeer-