Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BENEDEN-DONAU. § 55. 311
De Drau en de Sau (Slavisch: Save) zijn tweelingstroomen, die van
de oostelijke Alpen, in de zelfde hoofdzakelijk oostelijke rigting, in bijna
even langen loop (83 en 93 m.) en op een meestal evea grooten afstand
(10—15 m.) van elkander, naar den Donau stroomen. Dewijl deze afstand
zeer klein is , heeft hun gebied alleen op de tegengestelde zijden door ver-
takking van zijdalen eene grootere uitgebreidheid. De Drau ontvangt links
de Mur, de Sau regts de Kulpa, Bosna, Drina. Voor het overige
ligt het Draudal veel hooger dan het Saudal cn heeft derhalve, wat klimaat
en plantengroei aangaat, meer het Alpenkarakter dan het laatste. De scheep-
vaart wordt op beide rivieren niet alleen door ondiepten en zandbanken
zeer bemoeijelijkt, maar ook nog periodiek, nu eens door ijsgang, dan door
hoogwater, dan weer door gebrek aan water afgebroken; beiden zijn nog-
tans in den benedenloop, de Sau ook in den middenloop (van de instroo-
ming der Kulpa af), voor stoombooten bevaarbaar. Beide rivierbekken»
hebben in hun bovengebied nog Duitsche bevolking.
De Karpathen-ri vieren op den linker oever, Waag, Gran en Theiss,
stroomen in zekere mate evenwijdig, eerst in eene zuidwestelijke, dan in
eene zuidelijke rigting naar den Donau. De Theiss loopt met den Donaa
zelf parallel en neemt van het oosten uit het hoogland Erdely vier zijrivie-
ren op (Samos, Körös, Maros, Bega), die eene dergelijke, ofschoon min-
der strenge evenwijdigheid vertoonen dan de vier oostelijke zijrivieren van
den Neder-Rijn.
c. De beneden-Donau, van de ijzeren poort bij Orso-
wa tot aan de zee , loopt met veelvuldige splitsingen en eiland-
vormingen in een rustigen, tragen loop door de Walaehisehe
laagvlakte, in 't zuiden door den rand van het Grieksche ge-
bergte, in 't noorden door moerassige laagten vergezeld, in
hoofdzakelijk oo'stelijke rigting. Eeeds is hij tot op een afstand
van 8 mijlen de zee genaderd; daar wordt hij door een natuur-
lijken wal (Dobrudseha), die zich langs de kust uitstrekt, ge-
noodzaakt om zich naar het noorden te rigten, voor dat hij zijn
oostelijken loop kan voortzetten. Met een omweg van 30 mijlen
bereikt hij de zee door drie hoofdmondingen, die eene moeras-
sige delta insluiten en van welke alleen de middenste , de Suli-
namond, voor grootere zeeschepen toegankelijk is. De Beneden-
Donau ontvangt alleen op den linker oever aanzienlijke zijrivie-
ren: den Alt (Aluta), den Sereth, en de Proeth, en staat
dus in dit opzigt tegenover den Boven-Donau, die alleen van