Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
310 de midden-donau § 55.
loopt over de beide door de Alpen en Karpathen ingesloten
Hongaarsche vlakten. Zijn gebied omvat bijna ^ van het ge-
heele stroomgebied, daar, even als bij den Rijn, het midden-
ste rivierbekken van den Donau door de reusachtige zijrivie-
ren op beide oevers de grootste uitgestrektheid in de breedte
krijgt.
De hoofdstroom dringt in eene dalvernaauwing tusschen het Lei-
tha-gebergte en de kleine Karpathen naar de kleine Hongaarsche
vlakte door en vormt hier het in vruchtbaarheid uitmuntende groo-
te (12 m. lange) en kleine eiland Schutt.
Even als de Rhone eerst een deel der noordelijke , dan de
westelijke helling der Alpen in haar stroomgebied opneemt, zoo
vergezelt ook de Donau de Alpen van twee kanten, en neemt
niet alleen het meerendeel der noordelijke, maar ook alle oos-
telijke Alpenwateren op. Nadat hij in zijne hoofdrigting links
eerst een gedeelte der wateren van het oostelijk middengebergte
(de Karpathen): de Waag en Gr an, en regts reeds eenige
kleinere rivieren van de oostelijke helling der Alpen: de
Leitha en de Raab, ontvangen heeft, wendt hij zich eens-
klaps, na zich tusschen het Bakonywoud en de Karpathen een
weg gebaand te hebben , regthoekig naar 't zuiden, om in het
laagland der groote Hongaarsche vlakte ook de hoofdrivie-
ren van de oostelijke helling der Alpen op te nemen. Deze
zuidelijke loop van den Donau, waarop hij in breedte toeneemt,
maar in snelheid vermindert, vormt herhaalde malen door stroom-
splitsingen grootere eilanden en eindigt daar, waar hij op
een kort bestek zijne drie grootste zijrivieren, Drau, Theiss,
Sau (Save), opneemt. Nadat hij zijne hoofdrigting (naar 't oos-
ten) weder aangenomen en zich nog links door de Ternes,
regts door de uit 't zuiden van 't Skardische gebergte herwaarts
stroomende M o r a wa versterkt heeft, bereikt hij door middel van
eene doorbreking tusschen de bergen van het Grieksehe schier-
eiland en de Zevenbergsche Alpen („de ijzeren poort") met
gevaarlijke schietstroomen en met vermeerderde snelheid de
Walachische laagvlakte, om hier zijn benedenloop te beginnen.