Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
de boven-donau. § 55. 307
der voornaamste tooneelen is geworden voor de veranderingen on-
der de volken, zoo is in nog hoogere mate de Donau de hoofdslag-
adervan 't verkeer tusschen het westen en het oosten, deels omdat hij
in 't algemeen de grootste van Midden-Europa's stroomen (behalve de
Wolga, de grootste van alle Europesche rivieren) is, deels omdat
hij onder alle hoofdrivieren de eenige is, die de rigting van 't wes-
ten naar 't oosten volgt. Wel is dit gebied, meer dan elk ander
groot Europeesch stroomstelsel, door hooge bergmuren (aanwijzing
daarvan in 't noorden en zuiden!) omgeven, maar hierin heeft de
natuur poortenen inzakkingen (de dalen der zijrivieren) gemaakt,
die dienen om het verkeer te onderhouden met de naburige gebie-
den der hoofdrivieren (den Rijn, de Elbe, de Oder, den Weich-
sel) en zeeën (de Adriatische en de Egeïsche) en grootendeels door
spoorwegen met deze in verbinding gebragt zijn. Het handelsver-
keer zou nog aanzienlijker zijn, indien niet de scheepvaart had te
kampen gehad met veelvuldige hinderpalen (sterke strooming in
den bovenloop, schietstroomen en rotsriffen bij Linz en Belgrado,
verzanding van het bed in den benedenloop en in den mond), die
men eerst in den laatsten tijd is te boven gekomen, en indien de rivier
in den open oceaan zich ontlastte in plaats van in eene binnenzee.
Geen Europesche stroom nogtans heeft zulk een groot aandeel ge-
had in de wereld-historische gebeurtenissen als de Donau. Zijn
loop, onmiddellijk aan den bijna onafgebroken noordelijken grens-
muur, maakte hem geschikt om in zijne geheele uitgestrektheid
eeuwen lang tot eene scheidende gracht te dienen voor het Romein-
sche rijk en gaf later aanleiding tot het bouwen van talrijke ves-
tingen; de poorten, door de natuur in de insluitende muren gela-
ten, vooral in het bron- en mondingsgebied, maakten zijn dal tot
een land van doortogt voor de volkeren; eerst trokken er de Hun-
nen, Gothen, Longobarden, kort daarop de Avaren, Magyaren ,
later de Mongolen en eindelijk de Turken opwaarts door ; doch
Karei de groote, de Kruisvaarders, Rudolf van Habsburg, Napo-
leons legers trokken afwaarts.
a. De Boven-Donau, van de bronnen tot bij Presburg. De
Donau ontstaat aan de zuidoostelijke helling van het Schwarz-
wald uit drie bronnen, even als de Rijn; maar deze (de Brigach,
Breg en Slotbron bij Donau-eschingen) komen na een veel kor-
teren loop bij elkander en zijn dus van minder belang dan de
bronrivieren van den Rijn. De bovenloop van den Donau, die