Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE MAAS. § 55. 305
eii vloeit bij Katwijk, waar hij totiu 1807 iu slijk en zand (de door
stormwinden opgeworpen duinen) smoorde, geholpen door het ka-
naal van Katwijk, door drie kapitale sluizen in de Noordzee. —
De Rijnarm de L e k (men wil, dat het eeu door Corbulo gegraven
kanaal is), de verbinding uitmakende van Rijn en Maas, en in
zijn loop de grens vormende tusschen Gelderland, Utrecht en Zuid-
Holland, gaat in zijne westelijke rigting langs Kuilenburg, Vianen,
Nieuwpoort, Schoonhoven en schenkt bij Krimpen zijne wateren aan
de Maas en de Noord.
De Maas, dc langste zijrivier van den Rijn (88 m.), heeft met betrek-
king tot hare groote uitgestrektheid maar eene zeer ondergeschikte betee-
kenis voor historie en handel, omdat haar door naburige rivieren (door de
reeds vroeger bevaarbare Moezel , dc Schelde, den Rijn) het verkeer ont-
trokken wordt, dat zij zonder deze voorzeker zoude hebben. Zij heeft met
de Moezel niet alleen de overeenkomst van naam fMosa en Mosella, d. i.
de groote cn de kleine MosaJ en het brongebied diep in het hart van Frank-
rijk gemeen, maar ook eene evenwijdigheid van den bovenloop (tot Sedan)
naar 't noordwesten; zij breekt in haar middenloop (tot Maastricht) in
eone noordoostelijke rigting door de Ardennen, even als de Moezel in de
zelfde rigting door het Nedcr-Rijnsche bergland.; bij het begin van den
benedenloop houdt de evenwijdigheid met de Moezel op en daarvoor treedt
die met den Duitschen Ncder-Rijn in de plaats. De Maas wordt een twee-
lingstroom van den Rijn, wiens rigting naar het noorden zij deelt; ook volgt
zij hem in den loop door de Neder-Rijnsche vlakte ende wending in den boog
eerst naar 't noordwesten, dan bepaald naar *t westen naar het deltaland. Ook
ontvangt de benedenloop, even als de Duitsche Neder Rijn, alleen van de
regter zijde aanvoer. Het Mesopotamië tusschen Maas en Rijn wordt steeds
smaller, totdat ten laatste de Maas zich in den Rijn (de Waal) oplost.
De Maas ontspringt bij het dorp La M e u se in Frankrijk, tot welk
land haar niet bevaarbare bovenloop behoort; met haar middenloop be-
sproeit zij België en haar benedenloop vloeit in Nederland. Slechts korten tijd
heeft haar stroomgebied tot Duitschland behoord. Haar middenloop komt in
noordwestelijke rigting tot Namen, waar zij links de S a m b r e opneemt,
die eene meer natuurlijke voortzetting van de Maas uitmaakt dan haar
eigen bovenloop. Van daar volgt zij eene noordwestelijke rigting en neemt
regts de Ou rt he op (boven Luik). Bij Luik gekomen, keert zij zich meer
noordwaarts, treedt bij het dorp Eijsdcn op Nederlandsch grondgebied en
vloeit dau langs Maastricht, neemt bij Roermond regts de grootendeels
met den Rijn parallel loopende Roer op, wier gebied, met betrekking
tot historie en handel, meer tot den Neder-Rijn dan tot de Maas behoort;
verder langs Venlo. Op de hoogte van het dorp Mook zendt zij hare wa-
teren (de Beersche Maas tusschen Mook en Grave) westwaarts en