Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
304 DE RIJN-DELTA. DE MAAS. § 55.
welke de legers van 't westen (de Romeinen, Franken, Fransclien) tot in
het hart van Duitschland doordrongen en die van 't oosten (der Cherus-
ken, Saksers,der tegen Napoleon verbonden Duitschers) naar den Rijn
afzakten.
bb. De Riju-d el t a. Reeds hooger dan waar de Lippe in de Rijn
valt, bij het begin der buiging van den stroom naar het noordwesten,
wordt de overgang tot het deltaland zigtbaar deels door kleinere,
weldra weder ineen loopende stroomsplitsingen, deels door kunstma-
tige indijkingen tegen de overstroomingen en door de daarmede ver-
bonden Nederlandsche inpoldering. Doch eerst daar, waar de rivier
haren noordwestelijken boog voleindigt en in eene westelijke rigting
overgaat, begint het gebied der standvastige stroomsplitsingen,
waarvan sommige door de kunst, andere door de natuur gevormd
zijn. Dit punt is tevens de politieke grens tusschen Duitschland
en Nederland. Bij het dorp Pannerden, het zoogenaamde punt van
separatie, splitst zich de Rijn in twee armen: een zuidelijken, de
Waal, en een noordelijken (het Pannerdensche kanaal, ge-
graven in 1704—1706), die den naam van Rijn (tot Arnhem ook
de'rigting van den Duitschen Neder-Rijn naar 't noordwesten) blijft
behouden; beiden stroomen met ongelijke kracht 1) in eene weste-
lijke rigting naast elkander en beiden hebben een bijzonder stelsel
van stroomvertakkingen. De zuidelijke arm, de Waal, zendt zijne
armen naar't zuiden en verbindt zich twee maal met de Beneden-
Maas, eerst bij het fort St, Audries door een kanaal en later bij
Woudrichen, waar zij zamen den naam van Merwe aannemen en
als zoodanig voorbij Gorkum loopen. Hier valt nog in den vereenig-
den stroom de Linge, die, uit de Boven-Betuwe komende, door
de Neder-Betuwe vloeit, den Tielerwaard scheidt van de ten noor-
den gelegen lauden van Kuilenburgen van de Vijf-Heeren en door
de stad Gorkum gaat.
De noordelijke arm, de Rijn, stuwt zijne wateren voort tot dat
hij even boven Arnhem door de Drususgracht of den Nieuwen
IJssei een gedeelte naar den Ouden IJssel zendt; verder loopt
hij steeds in eene westelijke rigting langs Rhenen tot Wijk bij
Duurstede. Hier heeft weder eene splitsing plaats in L ek en Krom-
men Rijn. Deze loopt in noordwestelijke rigting tot Utrecht, waar
hij zich voor het laatst verdeelt; één arm, de Vecht, strekt zich
uit naar de Zuiderzee en het overige water stroomt met tragen
loop onderden naam van Ouden Rijn door Woerden en Leiden
1) Volgens overeenkomst moet 2/3 naar de Waal, '/j naar den Rijn gaan.