Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
14 VERTIKALE VOBM DER AARDOPPEUVLAKTE. § 3.
hetzij van alle zijden afgescheiden leden, d. i. uit de schier-
eilanden en eilanden. Kleinere smalle schiereilanden
noemt men landtongen, eene afzonderlijke in zee vooruit-
stekende punt lands voorgebergte of kaap. Eene smalle
strook lands, waardoor twee landmassa's (kontinenten of schier-
eilanden) verbonden worden, heet landengte of isthmus.
De schiereilanden strekken zich meestal uit van het noorden
naar het zuiden, vormen gewoonlijk de laatste uitloopers vau
eene bergketen met steile oevers en voorgebergten en hebben
menigmaal een eiland of eene groep eilanden aan het zuidelijk
einde (voorbeelden van deze drie soorten!). De eilanden wor-
den onderscheiden in kontinentale (kust-eilanden) en
O e e a a n-e i 1 a n d e n (pelagische), al naarmate zij meer of minder
in de nabijheid van het vastland liggen en in de natuur daar-
van deelen of niet; de laatsten zijn meestal rond (niet lang ge-
strekt) en nu eens hoog (vulkanische produkten), dan eens
laag (koraal-formatiën). De verhouding van de kustlengte tot den
vlakte-inhoud van een land wordt kustontwikkeling ge-
noemd, die grooten invloed heeft op de beschaving, omdat van
haar in der daad de vermeerdering van het verkeer niet andere
landen afhangt.
"Wanneer men in dit opzigt de vijf werelddeelen met elkander
vergelijkt, dan heeft in de oude wereld Azië de volstrekt-grootste
kustontwikkeling (7700 mijl of 1 mijl op 105 □ mijlen). Europa
de betrekkelijk-grootste (met de eilanden 5800 mijl of 1 mijl op
31 □ mijl). In de beide deelen der nieuwe wereld ziet men met
betrekking tot de volstrekte kustontwikkeling de twee uitersten
(Amerika 9400 mijl, Australië 1900 mijl kustlengte), met betrek-
king tot de relatieve de grootste overeenkomst (Amerika 1 mijl op
70 □ mijl, Australië 1 mijl op 73 □ mijl).
b. Van grooteren invloed op het natuur- en volkenleven dan
de horizontale vorm der aardoppervlakte is de vertikale vorm,
d. i. de loodregte opheffing van den bodem boven den spiegel
der zee, die men volstrekte (absolute) hoogte noemt.
Waar de aardkorst zich tot eene aanzienlijke hoogte in den
dampkring verheft, ontwaart men in het kleinste horizontale be-