Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
300 DE MIDDEN-RIJN. § 55.
de drie zuidelijke: de Elz met de Dreisam, de Kinzig, de
Murg beteekenen weinig in vergelijking met de beide noordelij-
ke: N eek ar (46 m. lang) en Main (56 m. lang). Deze beide
zijrivieren, die in den benedenloop evenwijdig stroomen, maken
eene verbinding uit tusschen de beide grootste Duitsche stroomge-
bieden, den Donau en den Rijn; vooral de Main maakt zulk eene
verbinding, omdat de Regnitz digt bij de Altmuhl komt. Sedert
de voltooijiüg van het Donau-Main-kanaal (tusschen Altmuhl en
Regnitz), waarvan reeds door Karei den grooten het plan was out.
worpen, maar dat eerst onder koning Lodewijk I, van wien het den
naam ontvangen heeft, ten uitvoer gelegd werd, is een onafgebro-
ken waterweg geopend tusschen de beide hoofdrivieren van Duitsch-
land, eu dus tusschen de Noord- en Zwarte Zee, dwars door het bin-
uendeel van Europa's vastland. De voordeden van dit groote plan
beantwoorden tot hiertoe nog niet aan de verwachting en bepalen
zich alleen tot den binnenlandschen handel.
De Ncckar, die met den Donau een zelfde brongebied heeft, ontwik-
kelt zich eerst bij het begin van zijn beneden-, noordwestelijken loop (bij
Heilbronn) tot eene rivier, die ook voor stoombooten bevaarbaar is, omdat
hij daar twee aanzienlijke nevenrivieren opneemt, de Jaxt en de Ko-
cher, die merkwaardig zijn om haren parallelloop, dewijl zij bijna op
de zelfde plaats op de Raalie Alp ontspringen, met de zelfde krommingen
en dus met gelijke stroomontwikkeling eerst noordwaarts, dan westwaarts
loopen en bijna op zelfde punt in den Neckar vallen.
De Main, de voornaamste onder de Duitsche zijrivieren van den
Rijn, maakt de grenssclieiding tusschen Noord-en Zuid-Duitschland. Hij
ontspringt op de oostelijke helling van het Fichtelgebergte uit twee bronar-
men: den Rooden en Witten Main, die zich weldra in een gemeenschap-
pelijk bed vereenigen. Na een korten b o v e nloop in ééne naauwe bedding
neemt de Main de Regnitz op , die hem tot hiertoe in gebied en lengte
van loop heeft overtroffen, en hem in 't geheel het meeste water aan-
voert, waardoor hij (beneden Bamberg) beter bevaarbaar wordt. Zijn mid-
d e nloop met vele en groote krommingen en zijn b e n e d e nloop met de
hoofdrigting naar 't westen wordt in 't noorden door hooge bergen (Fran-
kenwald, Thuringerwald, Rhön, Spessart, Vogelberg , Taunus), in 't
zuiden door hoogvlakten en lage bergruggen vergezeld; deze omstandigheid
heeft een weldadigen invloed op het klimaat, en daarom behoort het Main-
gebied ook tot de meest begunstigde streken van Midden-Duitschland.
hè. De Midden-Rijn (17 m.), van Bingen tot Bonn, bestaat
uit twee naauwe, gelijkvormige dalkloven in het midden van het
Neder-Rijnsche bergland; zij worden gescheiden door een kort