Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BOVEN-RIJN. § 55. 299
Zoowel het Vierwoudsteden-meer als dat van Zurich hebben reeds lang
tot wegen gediend voor het hoofdverkeer tusschen Duitsehland en Italië.
b. De middenloop van den Rijn van Basel tot Bonn
wordt ook in twee deelen verdeeld: den loop in de Boven-Rijnsche
laagvlakte tot Bingen, en de bedding, die zich de stroom door het
Neder-Rijnsche bergland gebroken heeft tot Bonn; het eerste deel
heet ook Boven-Rijn, het laatste daarentegen Midden-Rijn.
aa. De Boven-Rijn (éO m.). Met de veranderde rigting des
strooms bij Basel neemt ook zijn dal een ander karakter aan. In
plaats van eene enge kloof te vormen, zooals boven Basel, breidt
het zich tot eene breedte van 8—10 uur uit. De Boven-Rijn is in
zijne zuidelijke helft „nog geen formele stroom, eerder een trotsch,
ongeregeld water", in tallooze armen gesplitst, vol zandige eilanden
en ondiepten, daarom voor de scheepvaart weinig (stroomopwaarts
in 't geheel niet), voor de grensscheiding tusschen twee landen
des te meer geschikt, vooral bij de moeijelijkheid der overbrug-
ging. Heerbanen en spoorwegen vindt men hier niet op de moe-
rassige of zandige oevers, maar meestal op eenigen afstand van
den stroom aan den voet der bergen, het Schwarzwald en de
Vogesen, die in't oosten en westen dc vlakte insluiten; doch de
steden liggen op beide zijden in eene dubbele rij, deels onmiddel-
lijk aan de rivier, vooral aan de uitwatering der zijrivieren, deels
aan den voet der bergwanden en dus aan de straat- en spoorwegen.
In lateren tijd zijn de steden op den regter oever vermeerderd (Karls-
ruhe, Mannheim, Darmstadt) en vergroot, daar zij aan de steden
op den linker oever (Spiers, Worms, Mainz) hare beteekenis ten
opzigte vau den handel onttrokken hebben; de verheffing der eer-
sten geschiedde ten koste der laatsten. Van Straatsburg stroomaf-
waarts verzamelt het water zich meer in een enkel bed, dat nu die-
per en meer bevaarbaar is; de oevers worden toegankelijker, cn uit
dien hoofde liggen de steden nu allengs digter aan de rivier, vooral
op den hoogeren en daarom minder aan overstrooming blootgestel-
den linker oever.
Onder de zijrivieren van den Boven-Rijn verdienen in 't westen
opmerking: de 111 (vroeger EU genaamd), om zijne lengte cn be-
vaarbaarheid; als levensader van den Elsas (Illzatenland) vergezelt
hij den hoofdstroom van de voorhoogten van den Jura tot Straats-
burg; de Lanter, als grensrivier tusschen Frankrijk en Rijn-Bei-
jeren. Terwijl op de westzijde de belangrijkheid der zijrivieren van
het Boven-Rijnsche bekken van 't zuiden naar 't noorden afneemt,
neemt zij op de oostzijde juist in de omgekeerde verhouding toe;
20*