Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
298 DE RETISS. DE BOVENKIJN.
den st Gotthard, niet ver van de bron der Rhone en der Reuss, uit
den Aar-gletseher op den Finsteraarhorn, den hoogsten top (13160')
der Berner-Alpen. Zij loopt om de oostzijde van dezen grooten
Alpenstam, vormt in het Boven-hasli-dal den heerlijken Handeck-
val en stroomt aan den noordelijken voet der Berner Hoog-Alpen
door twee meren, het (2100' diepe) B r i e n z e r- en het T h u n e r-meer;
dit laatste neemt de wateren van de westzijde der Berner Alpen,
de Simmen met de Kander, op. Aldus gezuiverd treedt zij op
de Zwitsersche hoogvlakte, versterkt zich door de Saane, welker
noordelijken loop zij volgt, om weldra door de Z i h 1 de wateren
der drie onderling verbonden Jura-meren te ontvangen: het Bie-
ler meer, het meer van Neufchatel (41/3 □ m.) en dat van Mur-
ten, die waarschijnlijk eenmaal één meerbekken hebben uitge-
maakt. In den benedenloop wordt zij op de linker zijde door
de bijna onafgebroken Juraketen vergezeld eu naar het noordoos-
ten gedrongen, en neemt, kort voor dat zij zich met den Rijn ver-
eenigt, bijna op de zelfde plaats de uit rivieren en meren bestaaude
stelsels vau de Reuss enden Li mm at op, die door den Jura in
hun noordwestelijken loop gestuit worden.
De Reuss heeft haar oorsprong op de Furka aan de westzijde van
den St. Gotthard, stroomt door het ürserendal beneden Altorf in het
Vierwoudsteden me er (9 uur lang, 1 uur breed, 107 □ m.), dat zijn
naam ontleent van de omliggende Alpengouwen of woudsteden: Uri, Schwyz,
Unterwalden en Luzern. Bij de stad Luzern vernaauwt zich het bed weder
tot eene rivier, die door een afwateringskanaal van het Z u g e r-m eer
versterking krijgt en bij "Windisch in de Aar uitloopt. — De L i m m a t
ontspringt onder den naam van Linth op den Dödi, den grens-steeu der
Alpengouwen van Uri, Glarus en Graauwbunderland, stroomt door het kan-
ton Glarus in het oostelijk einde van het smalle Wallenstatte r-m eer,
dat in 't noorden en zuiden door hooge steile rotsen omgeven is. De afwate-
ring hiervan naar het meer van Zurich is door het aanleggen van een ka-
naal (het Liuth-kanaal) geregeld en bevaarbaar gemaakt, waardoor een
groot gedeelte van den moerassig geworden grond aan den landbouw werd
terug gegeven. Het meer van Z a r i c h (8 '/j uur lang, grootste breedte
3/4 uur, 89 □ m.) is omringd door zacht glooijende heuvels, waarop zoo
vele en zoo goed bebouwde plaatsen worden aangetroffen, dat zij bijna
eene zamenhaugende stad schijnen te vormen j op de smalste plaats (bij
Rapperschwijl) voert eene houten brug over het meer. De bevaarbare afstroo-
ming wordt aan het noordwestelijk einde bij Zurich gevormd door den kris-
tal helderen Limmat, die (bij Baden) door den Jura breekt en naar de
Aar stroomt.