Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
396 DE RIJN. DE BODENSEE. § 55.
en volgt die tot in zee. In deze tweede helft van den beneden-
loop begint ook de splitsing in verscheidene armen, en eerst
de nadering tot en ten laatste de vereeniging met een ander
stroomstelsel op eiken oever: den IJssel en de Maas.
Bijzondere beschrijving van het Eijngebied.
a. Het brongebied van den Rij n tot Basel wordt weder
verdeeld in twee stukken: het gebied van den hoofdstroom en dat
van de Aar met hare neven-rivieren. Deze tweevoudigheid vertoont
zich in de natuurkundige en in de historische ontwikkeling; de
aloude verbonden in de Rijndalen vormden even zoo goed eene po-
litieke eenheid, als de vereenigde gouwen van het Aarstelsel een
naauw aan een gesloten eedgenootschap.
aa. De ontwikkeling van den hoofdstroom tot aan
de Bodensee. Onder de drie bronrivieren van den hoofdstroom
is de Achter-Rijn de voornaamste. Hij komt uit den Rijnwoud-
gletscher, stroomt eerst naar't oosten door een klein lengtedal (het
Rijnwoud-dal), maar wendt zich spoedig naar 't noorden, om in eene
wilde enge (I uur lange en op sommige plaatsen 30' breede) kloof,
de via mala, welker wanden ]500' loodregte hoogte hebben, door
het gebergte van Graauwbunderland te breken. Bij Reichenau
vereenigt hij zich met den Yoor-Rijn, die reeds na korten loop
den Midden-Rijn heeft opgenomen, welke even als hij zijne bron
heeft op de oostzijde van den Gotthard. De vereenigde en nu be-
vaarbare stroom zet van Chur af zijne rigting naar het noorden tot
aan de Bodensee voort.
De Achter-Rijn wordt regts versterkt door de Albula, maar de ver-
eenigde stroom insgelijks door de beide van 't zuidoosten naar 't noord-
westen parallel loopende zijrivieren, welke door de groote keten van het
Rhatikon-gebergte gescheiden worden: de Lanquart, die uit den Prat-
tigau in een eng dwarsdal te voorschijn treedt, ende 111, de hoofdrivier
van Voor-Arlberg, die door het Montasnner-dal stroomt. Op de linker zij-
de ontlast zich nog in den Rijn de wild bruisende Ta mi na, komende
uit het Calfeuser-dal. Niet ver vau het einde van dit dal ligt de Benedictij -
ner-abtdij Pffiffers, die reeds van de 8ste eeuw af om hare warme baden
beroemd was. Men wil, dat hier (bij Sargans) de Rijn eenmaal zijn weg
genomen heeft door het "Wallenstadter-meer, en nog tegenwoordig wordt
hij alleen door een 20' hoogen dijk genoodzaakt zijne noordelijke rigting
naar de Bodensee te volgen.
bb. De Bodensee (8m. lang, 2 m. breed, met een vlakte-in-
houd van 9 Va □ ni.), naar de beide aanzienlijkste kust-steden Bregenz