Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE SUN. § 55. 295
velden, langs trotsche burgten, rijk aan zang en sagen, langs statige
kasteelen, kunstvolle domkerken en die volkrijke steden, waarheen
zij de voortbrengselen van natuur en nijverheid uit alle landen ver-
voeren.
Overzigt van den loop des Eijns.
De Eijn ontspringt op de oostzijde van den St. Gotthard
uit drie bronrivieren, den Voor-, Midden- en Achter-Eijn.
De middenste vereenigt zich spoedig met den Voor-Eijn ; de
laatste eerst bij Eeichenau met den Achter-Eijn. De vereenigde
stroom gaat noordwaarts naar de Bodensee, neemt, als hij hier
uittreedt, eene westelijke rigting en ontvangt de wateren der
Aar, die door Limmat en Eeuss versterkt worden, nadat zij
zich in de meren aan den noordelijken voet der Alpen gezui-
verd hebben : de Limmat in het meer van Zurich , de Eeuss
in het Vierwoudsteden-meer, de Aar zelf in het meer van Brienz
en Thun. liet brongebied van den Eijn wordt daar afgesloten,
waar hij tusschen den Jura en het Schwarzwald doorbreekt.
Bij Basel neemt hij weder zijne lioofdrigting naar 't noorden aan
en treedt de breede Boven-Eijnsche laagvlakte binnen, waarin
hem de wateren der Zwabisch-Frankische hoogvlakte door twee
aanzienlijke zijrivieren, den Neck ar en den Main, worden
toegezonden. Beneden Mainz breekt hij (over eene lengte vau
ongeveer 20 mijlen) door het Neder-Eijnsche bergland in een
bijna geheel door rotsen ingesloten dal en neemt van beide
zijden de wateren uit dit bergland op: de oostelijke door de
Lahn, de westelijke door de Nahe,.de Moezel en de Aar.
Van Bonn af stroomt hij als Neder-Eijn door het Neder-
Eijnsche laagland en wel in twee afdeelingen, waarvan de eer-
ste in noordelijke rigting tot even boven Nijmegen loopt, en
van de bergen, die haar nog in 't oosten op eenigen afstand ver-
gezellen, verscheidene zeer op elkander gelijkende stroomstel-
sels opneemt: Sieg, Wupper, Eoer en Lippe, terwijl
zij aan de westzijde bijna geene toestrooming van eenig belang
(de Erft) ontvangt, In de nabijheid van Nijmegen (2 m. boven de
stad) neemt de Eijn ten tweeden male eene westelijke rigting