Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WATEIIP.VSSE VORM. § 3. 13
staau, wordt waargenomen. De overgang van het landhalfrond
naar het waterhalfrond wordt gevormd door smalle kustlanden
(welke?) eu sporadisch verstrooide eilanden als laatste kentee-
keuen vau den vasteland-vorm. Op het landhalfrond liggen de
zeeën binnen de landen, op het waterhalfrond omgekeerd de
landen omsloten door de zeeën. Europa, het kleinste vastland,
ligt in het midden der landwereld; Australië, het grootste
eiland, in het midden der waterwereld als de hoofdstam der
groote eilandenwereld.
De landmassa is op de vijf werelddeelen (liever aar ddeelen)
aldus verdeeld:
Australië 161 000 Q mijl.
Europa 179 000 „ „
Afrika 545 000 „ „
I Amerika 750 000 „ „
Azië »794 000 „ „
2 429 000
Hoe rijk in gevolgen de invloed van die ligging op de
ontwikkeling is, blijkt uit eene vergelijking van Europa met
Australië. Terwijl namelijk Europa in het midden van het land-
halfrond door de veelzijdigste aanraking met den vastland-vorm
vau onze planeet van den eenen kant de grootste geschiktheid
iu zich ontwikkelde om zich de menigvuldige gaven der overige
landwereld toe te eigenen, van den andereu kant den meest bepaal-
den invloed op het overige vastland deed gelden, stond Australië
zoo zeer buiten alle natuurlijke aanrakingen met het landhalfrond,
dat het eerst in onze dagen — nu ten gevolge der meerdere kennis in
de zeevaart de oceaan niet meer volken en staten scheidt, maar
verbindt — in den kring van algemeene beschaving en gemeen-
schappelijk verkeer getreden is.
De (topische) beschrijving van het land onderscheidt in den
bodem twee vormen: den waterpassen (horizontalen) en
den loodregten (vertikalen) vorm of geleding.
a. De waterpasse vorm blijkt niet alleen uit de verhouding
tusschen lengte en breedte, maar ook uit die tusschen den stam
des lands en de door gedeelten der zee, hetzij van drie kanten.