Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE LAAGLANDEN BUITEN HET BERGLAND. § 54. 291
Sarmatische) in 3 deelen gesplitst worden, doch niet (zoo als
gene) door hoogten in de rigting der parallellen, maar door ri-
vieren in de rigting der meridianen, en wel in:
1. deWendische vlakte van den Weichsel tot aan
de Elbe,
2. de Saksische vlakte van de Elbe tot aan de Ems,
3. het Neder-Kijn sche la ag la n d van de Ems tot aan
de Schelde, derhalve in den benedenloop van Rijn en Maas.
De beide eersten worden ook dikwerf aangeduid door den
naam van No or d-Duitsche vlakte, die niet onafgebro-
ken effen , maar met onbeduidende hoogten of landruggen be-
zet is, welke zich 300—800' boven den spiegel der zee verheffen.
Onder die drie afdeelingen der groote Germaansche vlakte heeft
de W e n d i s c h e, zoo wel in lengte als in breedte, de grootste uit-
gestrektheid. De breedte neemt in 't oosten toe, daar de kusten der
Oostzee naar 't noordoosten, de bergrug der Sudeten echter naar
het zuidoosten loopt en beide grenzen dus naar 't oosten steeds meer
van elkander wijken. Uit de Sarmatische vlakte strekt zicli over de
geheele lengte der Wendische vlakte eene voortzetting van den
Oeralisch-Baltisch en landrug, die met een grooten boog om
de kusten der Oostzee loopt en door de dalen van den Weichsel eu
de Oder gebroken wordt. Van deze groepen komen er reeds eenige,
ten minste op de nieuwste kaarten voor onder den naam van
Pruisische, Pommersche Mecklenburgsche, Holstein-
sche landruggen. Maar ook eene minder zamenhangende voort-
zetting van den Z uid-Russischen landrug (den Oeralisch-
Karpathischen) loopt als een voorland van deu bergrug der Sudeten
uit de Sarmatische vlakte tot aan de Elbe (de hoogte van Tarnowitz
op de regter, het Kattengebergte en het Spreewoud op de linker zijde
van de Oder en de Elfiming op den regter oever der Elbe). Tusschen
deze beide landruggen ligt eene zandige, maarniet onvruchtbare vlakte,
waarin men talrijke meren vindt met vlakke oevers en die met hunne
afwateringen, zoo als de Spree, de Havel, een waterstelsel vormen, dat
uit meren en rivieren zamengesteld, door kanalen vergroot en ver-
bonden wordt. Eveneens zijner op den noordelijken landrug eene
menigte kleinere meren (waarom men hem ook de Noord-Duitsche
meervlakte genoemd heeft), die maar ten deele afstrooming hebben en
wel bf door korte kustrivieren onmiddellijk naar de Oostzee, of door
neven- en zijrivieren van den Weichsel, de Oder of de Elbe hel