Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
290 DE LAAGLANDEN BUITEN HET BERGLAND. § 54.
zijn onderling en nog bovendien hun westelijke en oostelijke
vleugel van de Alpen door laagvlakten gescheiden.
a. De westelijke vleugel wordt van de Alpen ge-
scheiden door de R h o n e-v 1 a k t e, die in het mondingsgebied
van de Ehone ook Proven^aalsche vlakte genoemd wordt;
de oostelijke vleugel of het Karpathische geberg-
t e door de Boven- en B e n e d e n-H ongaar sehe vlakte.
De kleinere, Bo ven-Hongaarsche vlakte op beide oevers
van den Donau, van het punt af, waar deze stroom tusschen de
Alpen (het Leitha-gebergte) en de kleine Karpathen doorbreekt tot
op de plaats, waar de Alpen (het Bakonjwoud) en de Karpathen
elkander voor de tweede maal naderen, was misschien eens een
meer, waarvan het Neusiedler meer nog een overblijfsel is.
De grootere, Beneden-Hongaarsche vlakte (1700 Dm.)
wordt ten noorden en ten oosten door de Karpathen, ten zuiden door
het Warasdiner gebergte, ten westen door de oostelijke takken der
Alpen begrensd. Tusschen den Donau en den Theiss, die in paral-
lelle rigting en met groote moerasvormingen op beide oevers door
deze groote vlakte stroomen, verheft zich nergens eene waterschei-
ding, die 100'te boven gaat; het diepe Plattenmeer op den
regter Donau-oever schijnt insgelijks het overblijfsel te zijn van een
voormalig groot meer.
h. Door de B o v en-R ij ns ch e laagvlakte (op beide
Rijn-oevers van Basel tot Bingen), waarop zich het kleine mas-
sagebergte van den Keizerstoel gelijk een eiland verheft, wordt
de westelijke, door het Marchveld (op beide oevers der
March) de oostelijke vleugel gescheiden van het Duit-
sche Middengebergte.
B. De laaglanden buiten het bergland.
Tot Midden-Europa behooren de Germaansche laag-
vlakte, van den Weichsel tot aan de Schelde, en hare voort-
zetting, de Gallische laagvlakte. Deze laagten zijn door
ligging, vorming van den bodem, inwendigen bouw en gering
verval bij de rivieren in 't algemeen van meer nut voor het ver-
keer, den handel en den landbouw dan voor de industrie.
a. De Germaan sehe laagvlakte kan (even als de