Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
287 HET NOOED-DUITSCHE MIDDENGEBERGTE. § 53.
dat als het ware als voorgebergte van het Duitsche Middeuge-
bergte naar 't noorden het verst in het Germaansche laagland bin-
nendringt , bestaat uit evenwijdige bergketenen, onder welke
zich vooral onderscheiden : de W e s e r k e t e n en het T e u t o-
burgerwoud; de eene op den regter, het andere op den lin-
ker oever der Weser. Waar de Weser er doorbreekt, wordt de
Westfaalsche poort gevormd. In't zuiden is dit gebied
naauw verbonden met het Hessische bergplateau.
7. Het Hessische berg- en heuvelland bestaat
volstrekt niet uit zamenhangende bergruggen van aanzienlijke
hoogte, maar is een vlak-golvend (slechts 500—1000' hoog)
, plateau, door dalen veelvuldig doorsneden en waarop zich hoog-
ten en enkele bergen (weinige hebben meer dan 2000') ver-
heffen. Men onderscheidt:
a. Het Rhönegebergte tusschen Werra en Pulda,
b. Het Yogelgebergte, ten westen van het Rhöngebergte
«n de bron der Fulda,
c. Den Spessart, eeue voortzetting van het Odenwald tusschen
de beide laatste belangrijke krommingen van den Main; hij sluit
in 't noorden aan het ühongebergte.
8. Het Oostelijk Neder-Rijnsch e bergland op
den regter Rijnoever tusschen Main en Lippe, vormt eene ge-
lijksoortige plateaumassa met toppen van geringe betrekkelijke
hoogte en wordt door de regter zijrivieren van den Beneden-
Kijn, die allen in de rigting van 't oosten naar 't westen
stroomen, in vier bijzondere stukken verdeeld:
a. den Taunus of de hoogte tusschen Main en Lahn (met den
grooten Feldberg 2600),
h, het Westerwoud tusschen Lahn en Sieg, welks noord-
westelijk einde Zevengebergte heet.
c. hetSauerlandsche(d. i. hetZuidlandsche) geberg-
te tusschen Sieg en Roer met het Roodhaar of Rood lag er-
gebergte tusschen de bronnen der beide genoemde rivieren.
d. den Haarstreng tusschen Roer en Lippe, den smallen
noordrand der geheele massa.