Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET NOOKD-DTJITSCHE MIDDENGEBERGTE. § 53. 285
Daarentegen hangt hij noeh in 't noorden noch in 't zuiden (waar
hij zich in den Feldberg tot 4600' verheft) onmiddellijlc met een an-
der gebergte zamen, en het Odenwald tusschen Main en Neckar
is door eene vrij groote opening (van de Murg tot aan den Neckar)
er van afgescheiden. Het Bohemerwoud, een der meest ontoe-
gankelijke en onbekende gebergten, hangt evenmin te zamen met
de noordelijke gebergten; daarentegen is het in 't zuidendoor een
tak verbonden met het Moravische heuvelland, dat zich
(even als Bohemen) in drie terrassen splitst, van welke ook het
zuidelijke (digtst aan den Donau) het hoogste, het noordelijke tot
aan de March het laagsfe is.
(Eene vergelijking tussehen het Schwarzwald en de Vogesen,
zie bl. 288).
3. Het No ord-Duitsche Middengebergte wordt
in 't zuiden begrensd door eene lijn, welke de Main, de Eger, de
Boven-Elbe, de March en de Oder vormen, in 't oosten door de
Oder, in 't noordoosten en noorden door de Germaansche laag-
vlakte, in't westen door denEijn en de Neder-Eijnsche laagvlakte.
Het bevat:
1. Het Fichtelgebergte, eene afzonderlijk staande
groep van zeven koppen (Sneeuwberg 3221', Ossenkop 3123') in
het midden van Duitsehland; het is het hoofd-brongebied van vier
rivieren (Main, Naab, Eger, Saaie), die hare wateren naar vier ver-
schillende streken zenden (even als de Gotthard). Op deze wijze
maakt het eene scheiding tusschen drie hoofd-stroomgebieden in
Europa.
2. Het S u d e t e n-be r gs t els el tusschen Oder, Elbe en
March.
Dit heeft met het Bohemerwoud niet alleen de zelfde rigting
(van 't zuidoosten naar 't noordwesten) gemeen, maar is ook in zijne
middenste deelen het hoogst. Het komt onder de Duitsche Midden-
gebergten het digtst bij de Alpen in hoogte en kan weder ge-
seheiden worden in:
a. de eigenlijke Sudeten w 't zuidwesten met den Altvater
(4600'), een golvend heuvelland, dat eene laagte vormt tusschen de
Karpathen en den bergketel van Glatz.
h. den bergketel van Glatz met zijne randgebergten, waar-
uit de Neisse ontspringt.