Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
283 HET NOOED-DUITSCHE MIDDENGEBERGTE. § 53.
van de bron van den Donau tot aan de Altmuhl, in de hoofd-
rigting van 't zuidwesten naar 't noordoosten, en Frankische
Jura tusschen Donau en Main, dus in de rigting van 't zui-
den naar 't noorden en alleen met den zuidelijken voet aan
het plateau van Beijeren slootende.
aa. De Zwitsersche Jura verheft zich als een steile muur
tusschen de Zwitsersche hoogvlakte en Frankrijk tot op eene vol-
strekte kamhoogte vau 3000—4000' in drie of meer grootendeels
parallel loopende ketenen. Hij wordt door de beide groote Alpen-
stroomen, den Rijn en de Rhone, dadelijk nadat zij hunne groote
waterbekkens verlaten hebben, in hun westwaarts gekeerden loop
in enge kloven gebroken, eer nog beide hunne wateren naar de
terraslanden in tegengestelde rigtingen, naar 't noorden en zuiden,
zenden. Tusschen deze beide doorbrekingen vormt de Helvetische
Jura, dien de natuur, als het ware, daar schijnt te hebben ge-
plaatst om een heerlijk overzigt over de Alpenwereld te hebben,
een hoogen, onafgebroken bergwal, die niet alleen geschikt is tot
waterscheiding, maar ook tot grensscheiding dient tusschen vol-
ken en staten (in de oudheid tusschen Helveticrs en Sequanen, in
den nieuwen tijd tusschen Zwitserland en Fransch Bourgondië).
Zijne hoogste toppen (de Dole meer dan 5000') liggen in het zuid-
westelijk gedeelte, waarvoor dc verhevene groep van den Chasseral in 't
westen van het Bieler-mecr weinig onder doet; maar ook het noordoostelijke
deel heeft nog enkele hooge koppen (de "Wittesteen met de Hasenmatt en
de Hauensteen met de Schafmatt). Van deze hoogten kan men niet alleen
het grootste deel der Zwitsersche hoogvlakte overzien, maar men heeft het
uitgestrektste uitzigt op de Alpen rondom. De dalvorming is zeer
onvolkomen, de hooggelegen lengtedalen zijn van alle kanten als napvor-
mige bekkens afgesloten of staan alleen door onvolkomen gevormde dwars-
dalen onder elkander en met de vlakte in verbinding.
hh. De Zwabische Jura gaat als een noordelijke rand
langs den Donau van zijn brongebied tot op de plaats, waar
de Altmuhl zich ontlast, en heet in zijn hoogste deel, dat tevens
weinig water heeft en sehaarsch bebouwd is, tusschen den Boven-
Neckar en den Boven-Donau de Eauhe of Zwabische
Alp, waarvan de lagere of minder steile voortzetting den naam
draagt van Frankische Jura (zie bl. 284). Voor den noord-
westelijken voet ligt eene lange reeks van geïsoleerde, afgeknotte
19*