Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
282 HET NOOED-DUITSCHE MIDDENGEBERGTE. § 53.
van 't zuidwesten naar 't noordoosten dan eens toe-, dan weder
afnemende verheffing van den grond en alleen door Alpenwate-
ren vruchtbaar gemaakt.
a. De Plateau-landschappen.
aa. De Zwitsersche hoogvlak te (gemiddeld 1500')
of het hoogland van de Aar vormt een door de natuur rond-
om afgesloten gebied, dat in 't zuiden en zuidoosten door de
Alpen, in 't westen en noordwesten door den Jura omgeven is,
maar op de derde, noordelijke en noordoostelijke zijde door het
diepe dal van den Eijn en het groote waterbekken der Bodensee
gescheiden wordt van de overige hoogvlakten aan den noorder-
rand van 't Alpengebergte. Er loopen matig hooge verhevenhe-
den over dit uitmuntend besproeid landschap, dat de eigenlij-
ke levensbasis is voor geheel Zwitserland en van waar de bevol-
king, de handel en de staatkundige vereeniging in de Alpen-
dalen is binnengedrongen.
bi. De Z w a b i s c h-B eijersche hoogvlakte tusschen
de Bodensee en den Inn daalt van den voet der Algauer en
Beijersche Alpen allengs (1600—1000') tot aan den Donau,
door welks zijdalen zij doorsneden wordt. In 't zuiden draagt zij
nog tamelijk hooge bergruggen, die zich aan het Ammer- en Wurm-
meer het meest verheffen, maar heeft vooral in 't noorden aan
de oevers der stroomen groote moerassige streken, welke de
Beijeren moose , de Zwaben riede noemen.
b. De randgebergten.
De eigenlijke Jura is een plateau met parallelketenen, die
zich daarop verheffen. Het loopt van de Ehone beneden Ge-
neve tot aan den Eijn bij Schaffhausen (40 m. lang) parallel
met den noordelijken voet der Alpen en vormt een wal om de
Zwitsersche hoogvlakte, waarom men het ook Zwitserschen
Jura noemt. Maar in een geognostisch opzigt (uit hoofde der
vorming uit kalkmassa's) strekt zich de Jura uit aan gene zijde
van den Eijn door Zwaben en Frankenland tot aan het Fich-
te gebergte, dus tot midden in Duitschland. Daarom heet deze
voortzetting Duitsche Jura, en wel Zwabische Jura