Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
281 HET NOOED-DUITSCHE MIDDENGEBERGTE. § 53.
B. Het Duitsche of Ceutrale-Middengeberg-
tel and.
Het Duitsche Middengebergteland strekt zich uit van den
noordelijken voet der Alpen tot aan het Germaansche laagland
en wordt in 't westen begrensd door den Jura, de Boven-Eijn-
sche laagvlakte, den Eijn zelf en de Neder-Eijnsche laagvlakte,
in 't oosten door de Marcli en den Oder. Het wordt verdeeld in
eene zuidelijke, eene middenste en eene noordelijke zone, waarvan
de beide eersten door den Donau, en de beide laatsten door de
Main-, Eger- en Boven-Elbe-linie gescheiden worden. De zui-
delijke en middenste bestaan uit eene reeks van 't zuiden naar
't noorden afhellende plateaulandschappen met randgebergten ,
die gewoonlijk in hun zuidelijkste deel het hoogste zijn, ofschoon
zij zoo in kam- en kruin-hoogte als in steilte der wanden ver
achter de Alpen staan; de noordelijke is een eigenlijk bergland
met oneffen basis en steilere helling naar de Germaansche laag-
vlakte dan naar het middenste gewest. Geene der drie zonen
bevat in haar binnenste een laagland.
In de noordoostelijke deelen van het Duitsche Midden-
gebergte heeft de rigting van 't zuidoosten nnar het noordwes-
ten de overhand (als in de Sudeten, het Bohemerwoud,
het Thuringerwoud , het Harz- en Wesergebergte), in de z u i d-
westelij ke de tegengestelde van 't zuidwesten naar 't noord-
oosten (als in den Jura, den Taunus), die nogtans ook in het
midden wordt aangetroffen (in het Ertsgebergte en het Mo-
ravische gebergte).
1. Het Z u i d-D u i ts ch e Middengebergte vormt
een matig breeden, maar (80 m.) langen gordel van twee pla-
teaul and schappen, welke door de Bodensee gescheiden,
in grootte en gesteldheid ongelijk zijn. Zij strekken zich om
den noordelijken voet der Alpen, als hun noordelijk voor-terras,
van Geneve tot Passau uit; in 't westen en noorden worden zij
begrensd door den Zwitserschen en Duitschen Jura en een ge-
deelte van het Bohemer woud (het Beijersche woud), met eene
PÜTZ, VEKGEL. AAEDK. 19