Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
278 DE KAKPAIHEN. § 53.
Verder naar het zuid-oosten gaat de ketenvorm verloren en zijne
plaats wordtingenomen door den vorm der Kar sten, hoogvlak-
ten met ruggen van kalksteen (3000—4000') zonder plantengroei,
waar tusschen men nogtans vruchtbare vlakten vindt. Dit krijtge-
bergte ontvangt een eigenaardig karakter, zooals maar weinig stre-
ken op aarde hebben, door de groote, onderling hoogst verschil-
lende holen (zooals de Adelsbcrger grot), het plotseling opko-
men en verdwijnen van talrijke wateren, die met de hol vormingen
in het naauwste verband staan, het periodieke wassen en droog
worden van het Zirknitzer meer, dat jaarlijks ledig loopt en dan'
een hooi- en gierstoogst oplevert, eindelijk verbazend groote druip-
steenvormingen in de zonderlingste gedaanten.
De kale, dorre Karst in 't noorden van Triest (1500' hoog) is het va-
derland van den Bora, dien vreeselijken noordoostenwind, tegen wiens
vernielende woede op den weg van Karlstadt naar Finme bijzondere schut-
tingen zijn aangebragt.
d. De Dinarische Alpen, genoemd naar den Dinari,
den hoogsten (7000') onder de afzonderlijke naakte bergtoppen,
waaruit het geheele bergstelsel bestaat, dat bij de bron der
Kulpa als voortzetting der Julische Alpen begint en het oostelijke
kustland der Adriatische zee beslaat.
§ 53.
DE MIDDEN-GEBERGTEN VAN CENTRAAL-EUROPA.
A. Het oostelijk middengebergte of de Karpathen.
Het Karpathische middengebergte is een boog met de opening
naar het zuidwesten, loopende van de Wallachische laagvlakte tot
tot aan de Oostenrijksche vlakte bij de monding van de March,
als waterscheiding tusschen het stroomgebied der Oostzee en
Zwarte zee. Van drie zijden wordt de Hongaarsche vlakte daar-
door, als door eene soort van muur (tot 4000' hoog) ingesloten,
waaruit zich afzonderlijke berggroepen, gedeeltelijk tot aan de
hoogste grens der Midden-Alpen , verhelfen.
Men onderscheidt de volgende groepen in dit bergstelsel:
1. Het hoogland van Zevenbergen (Hongaarsch :
Erdely), dat geheel omgeven is door hooge randgebergten: de
hoogste opheffingen hierin zijn in 't zuiden in de Zevenberg-