Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE OOST-ALPEN. § 52. 277
met den Kalenberg uitloopen en hier de noordelijkste punt der Alpen
vormen, bereiken daarentegen slechts de hoogte der Voor-Alpen; nogtans
verheft zich in 't noordoosten de Sneeuwberg (6560') uit eene bijna geïso-
leerde bergmassa tot in het gewest der Midden-Alpen.
hh. De zuidwestelijke of de hooge Tauernketen (de
risehe Alpen in beperkten zin) vormt een bergmuur, die, op wei-
nige moeijelijke paden na, onafgebroken met talrijke sneeuwvelden
en gletschers bedekt is, en waarvan de groep van den Venetiaan
(11622') en die van den Gross-Glockner (12158') als de hoogste
rotspyramiden der Oost-Alpen opstijgen. Zij zenden hunne water-
schatten door eene menigte dwarsdwalen ten deele naar het lengte-
dal van den Piuzgau (Salza), ten deele naar het dal van de Drau
(of onmiddellijk of door middel van het Möll-dal).
cc. De oostelijke keten, of de Stierm ark sche en Ka-
rinthisch-Stiermarksche Alpen, de eerste tusschenEuns en
Mur, de laatste tusschen Mur en Drau, loopt uit de westelijke ke-
ten bij de bron van de Mur, wordt door de Mur in de rigting van
het noorden naar het zuiden doorgebroken (gelijk de Salzburgsche
Alpen in tegengestelde rigting door de Salza) en daalt aan gene zijde
van de Mur af tot een oostelijken Voor-Alpenrug, die naar het noord-
westen nog twee lagere voorhoogten zendt tot aan den Donau: het
Leitha-gebergte en het Eakony-woud, waardoor de Boven-
Hongaarsche vlakte rcgts van deu Donau wordt ingesloten. De
Stiermarksche Alpen bevatten zeer rijke beddingen van ijzererts,
h. De Karnische Alpen strekken zich in den beginne
nog uit als Midden-Alpen tusschen de Boven-Drau en de vlakte
van Frioultot aan den Terglou, waar een tak, de Julische
Alpen, zuidwaarts loopt, maar verliezen dan tusschen Drau en
San met steeds verminderende hoogte het Alpenkarakter en gaan in
het boschachtige Warasdiner-gebergte (2900') over, dat tot in de
nabijheid der uitwatering van de Sau loopt. In de plaats van
het herdersleven komt eene steedsche bevolking, die haar bestaan
niet O p, maar i n de bergen zoekt.
c. De Julische Alpen (vermoedelijk naar Julius Gesar
genoemd) beginnen met den Terglou (door het volk Triglav
genaamd wegens de drie Dolomit-toppen), waar nog eens de pracht
der Alpen-natuur in gletschers en in boven deze uitstekende rots-
kruinen (van meer dan 10 000' hoogte) ten toon gespreid wordt.