Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WESTELIJKE HELFT DER CENTRAAL-ALPEN. ^ 52. 275
aan den Boven-Inn), door den Arlberg verbonden met de noor-
delijke keten;
i?. de Rhetische Alpen (tusschen den bovenloop van
deninn, de Etsch en de Adda) met de hooge, gletscherrijke
berggroep van den Bernina ;
y, de Tiroler Alpen (tusschen Inn, Etsch en Eisack).
De Tiroler Alpen bevatten den wilden, 12000' hoogen Al-
penstam der Oetzthaler Fernen 1) (tusschen den Inn, de Bo-
ven-Etsch, de Passeijer en de Oetz), in welker enge dalen de hoogste
dorpen van Europa (Fend en Gurgl, 6000' hoog) liggen en van waar
aanzienlijke waterschatten door de omliggende dalen (Stubay, Oetz,
enz.) naar den Inn of (door hetPasseijer-dal) naar de Etsch stroomen.
Aan het oostelijk einde dezer uit twee groepen bestaande keten is
de diepe inzinking van den B renner-pas (4481'volstrekte hoogte)
die om zijne geringe betrekkelijke hoogte te allen tijde als de ge-
makkelijkste weg over de Alpen, even digt bij het oosten als bij
het westen gelegen, als het meest gewone middel van gemeenschap
tusschen het zuiden en noorden gebruikt werd. In de middeneeuwen
heette hij de keizersweg.
Sommigen rekenen de Rhetische Alpen tot aan de Dreiherrnspits, zoo-
dat de Ziller thal-gro ep, aan gene zijde van den Brenner, er nog bij
hoort. Deze reikt tot aan den Krimler-Tauern en bestaat uit een breed,
wel bebouwd hoofddal (het Zillerthal), dat in zijn bovenste deel zich in
zeven dalen splitst met de wildste en ruwste rots- en ijs-partijen.
cc, drie zuidelijke ketenen:
a. de V e 111 i n e r-A 1 p e u (in *t noorden en westen door de
Adda ,in 't oosten door den Oglio begrensd.)
de Ortler-Alpen (in't noorden en oosten door de
Etsch, in 't westen door den Oglio begrensd). Het hoogste punt
dezer hoogste groep in de Duitsche Alpen, dat, boven elk
ander, het verhevenste en liefelijkste, het wildste en zachtste
1) Volgens K. S. von Instadten, die Oetzthaler Gebirgsgruppe, 1861,
bevat deze bergstam met inbegrip der Stubaiergroep: 75 hoogtepunten
tusschen 10 000—11000'en nog 16—17 hoogtepunten tusschen 11000
—12 000'. Hij bevat 75 □ m., waarvan 10 □ m. met 809 gletschers
bedekt zijn.