Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
274 DE KOORDELIJKE EN MIDDEN-KETENEN. § 52.
In het noorden daarvan, tusschen het Reuss- en het Rijn-dal,
liggen deels Hoog-Alpen, zooals de Sehwyzer-Alpen (de Dödi
II000', dcGlarnisch bijna 9000', de Rigi-Kulm maar 5550'), deels
Midden-Alpen, zooals de T h u r-A 1 p e n tusschen Limmat en
Rijn (de hooge Santis 7700').
De berggroep van den St. Gotthard is zoo nit een hydrografisch
oogpunt als voor het verkeer tusschen het zuiden en noorden wegens deu
hierover leidenden, druk bezochten kunstweg een der belangrijkste mid-
denpunten van West-Europa. Haar hydrographisch gewigt ontleent zij aan
het brongebied van vier rivieren, die naar vier verschillende rigtingen uit
deze centrale plateau-massa hare wateren uitzenden; de hoven-Rijndalen
en het diepe R h o n e dal vormen aan weerszijde lengtedalen in de algemeene
rigting van't Alpengebergte, zuidwest en noordoost; in de tegenoverge-
stelde rigting, zuiden noord, stroomen de Reuss endeTessino uit
kleine meren op de pashoogte; de eerste vloeit tusschen hooge rotswanden
naar het Vierwoudsteden-meer, de laatste door een laag gelegen dal naar
het Lago Maggiore. Beide dalen zijn gebruikt tot het aanleggen van
een kunstweg tusschen de beide zeeën. Beide rivieren vormen ongeveer op
gelijken afstand van hare bronnen schietstroomen ; de Reuss bij het Urner-
loch, waar de Duivelsbrug over den schuimenden stroom voert; de Tes-
sino in de niet minder vreeselijke kloof van Dazio-grande. Ook de oos-
telijke rand van den Gotthard dient tot een dubbelen Alpen-weg, die met
groote kosten is tot stand gebragt. Deze baan, die uit het dal van den
vereenigden Rijn den loop van den Achter-Rijn door de ijselijke rotskloof
van de via mala tot aan het dorp Splugen volgt, splitst zich hier in
twee armen, waarvan de een over den Bernhardin op den Gotthard-weg
(voor Bellinzona) en dus even als deze zoowel naar het Lago Maggiore,
als naar het Lugano-meer voert, de andere over den hoogeren Splugen
langs het meer van Como naar Milaan gaat. Door dit oostelijke kunst-
wegstelsel staan de drie meren van noordoostelijk Zwitserland, de Boden-
see, het meer van Zürich en van Wallenstädt, met de drie bovengenoemde
meren van noordwestelijk Lombardije in verbinding.
Ten Oosten van den Achter-Eijn nemen de Centraal-Alpen
weder het karakter aan van ketengebergten; zij bestaan uit:
aa. twee noordelijke ketenen, de Algauer Alpen
(tusschen den Rijnen de Lech) en de Beijersche Alpen
(van de Lech tot aan de Salza);
hh. drie midden-ketenen:
a. de G r a a u w b u n d e r-A 1 p e n (van den Achter-Rijn tot