Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WESTELIJKE HELFT DER CENTRAAL-ALPEN. ^ 52. 273
bh. De B e r n e r Alpen, eene bergketen, die in de hoofd-
rigting evenwijdig loopt met de Penninische Alpen, in 't zuiden
en westen door de Rhone, in 't noorden door de hoogvlakte
van de Aar, in 't oosten door het Eeuss-dal (het Vierwoudste-
denmeer er ouder begrepen) begrensd wordt.
De Berner-Alpen doen in hoogte weinig, in verscheidenheid en
schoonheid van vormen in 't geheel niet onder voor de Penninische
Alpen en zijn daarom het hoofddoel der jaarlijks naar Zwitserland
stroomende scharen van reizigers. Ook hier is de kamhoogte (van
de Diablerets in 't westen tot aan den Gotthard in 't oosten) met
eeuwige sneeuw of ijs bedekt; de grootste opeenstapeling van wijd
uitgestrekte ijsvelden, omvangrijke gletschers en hoog opgaande
rotstoppen (Jungfrau, Mönch, Eiger, Schreckhorn, allen meer dan
12000', Pinsteraarhorn zelfs meer dan 13 000'en verscheidene van
11 000') bevindt zich nogtans in het midden (het zoogenaamde Ber-
ner-Bovenland) over eene uitgestrektheid, zoo als men ze zelfs in
de Walliser Alpen niet aantreft. De groepen van den Finsteraarhorn
bevatten den grootsten gletscher, namelijk den Grossaletschglet-
scher (24 000 Ned. ellen lang). De zuidelijke helling der Berner-
Alpen in het Rhone-dal is zeer steil, daarom zijn de dalen op
deze zijde bijna niet dan afgronden; daarentegen bevat de noord-
zijde behalve de hoofdketenen nog "Voor- en Midden-, ja zelfs
Hoog-Alpen (de Vierwoudsteden Alpen) tusschen de Aar en Reuss
met toppen van meer dan 10 000' hoog (den Titlis, den Susten-
horn, den Galeustock, welke de oostelijke grenzen naar den kant
van het Reussdal vormen). Geen kunstweg voert over de Bemer
Alpen, maar twee druk bezochte muildierpaden over de Gemmi
en de Grimsel leiden naar Wallis, andere (de Furka-, de Susten-
en de Surenen-pas) naar het Reussdal.
h. De oostelijke helft der Centraal-Alpen begint met
de zoogenaamde Lepontische Alpen niet als een ketenge-
bergte , maar als een groote, wijd vertakte, centrale gebergte-
stam tusschen het dal der Boven-Rhone en dat van den Ach-
ter-Rijn , welke drie inzinkingen, die van den Gotthard, van
den S p 1 u g e n en den Bernhardin, bevat en waarvan men
gebruik heeft gemaakt om voortreffelijke kunstwegen aan te
leggen, omdat men hier den kam der Alpen maar eens behoeft
over te gaan, dewijl er de parallelketenen niet gevonden worden.