Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE WESTELIJKE HELFT DER CENTRAAL-ALPEN. ^ 52. 271
3. De Zee-Alpen van de zee tot aan den Monte Viso
(11800') of de bron van den Po.
h. De Cottische Alpen (naar een Alpenvorst Cottins,
een viiend van Augustus, genoemd) van den Monte Viso tot
aan den Mont Cenis. Zij strekken zieh het verste uit naar't
westen en verhefFen zich geheel in de nabijheid van het Rhone-
dal nog tot in het midden-Alpengewest (met den Ventonx, het
buitenste voorgebergte van het Alpenstelsel aan den zuidwes-
telijken hoek).
Over den Mont Cenis voert een reeds in de middeneeuwen vermaard,
thans als kunstweg gebaand pad uit Frankrijk naar Italië (pashoogte 6354',
waar een gasthuis staat, dat in den nieuwsten tijd zeer in belangrijkheid
i s toegenomen door de spoorwegen, die van weerszijde tot aan den voet
des bergs zijn voortgezet en binnen kort zullen verbonden worden, daar
hier thans de eerste groote Alpentunnel geboord en gebouwd wordt. Tot
deze groep behoort ook de berg Genèvre 11 000'), waarover msgelijks
een kunstweg (van Grenoble naar Turijn) voert.
c. De G r a j i s c h e A 1 p e n, ten noorden tot aan den Mont-
blanc (in 't oosten Hoog-Alpen, zoo als de Mont Iséran 12 400',
in 't westen Midden- en Voor-Alpen), waarin de diepe daling
van den Kleinen St. Bernhard den oudsten weg tusschen
Italië en Gallië (ook van Hannibal ?) vormt.
2. De Centra al-Al pen van den Montblanc tot aan de
Dreiherrnspits (50 m. lang, 20—36 m. breed) vormen de eigen-
lijke kern van het Alpengebergte, want hier treft men te gelijk
de grootste hoogte met eene aanzienlijke horizontale uitgestrekt-
heid aan, daar zij in hunne kleinere, westelijke helft uit
twee, in de grootere, oostelijke helft uit 3—4-parallel kete-
nen en groepen bestaan. Aan de middenste kern (de oorspron-
kelijke Alpen) sluiten zich aan beide zijden nog voorgroepen
van latere formatie aan.
a. De Westelijke helft bevat: ,
aa. De P e n n i n i s c h e (naar eene Celtische godheid Pen
genoemd) of W a 11 i s e r-A 1 p e n van den Montblanc tot aan den
Simplon tusschen de Ehone aan de eene, het Aosta-dal (de
Dora Baltea) en de Lombardische vlakte aan de andere zijde.