Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
266 HOEIZONTALE VORM DER ALPEN, § 52.
De Alpenmuur, „de kroon van Europa," die in het kleinste
bestek de grootste verscheidenheid in de gedaante van den grond
en de sterkste physische tegenstellingen aanbiedt, is wel niet meer
de grens, gelijk in de oudheid, tusschen de beschaafde en niet-
beschaafde Europesche wereld, maar hij verdeelt ous werelddeel
in twee ongelijke, door klimaat, plautengroei, wolkenhemel, wind-
stelsels, evenzeer als door bevolking werkelijk van elkander ver-
schillende helften. Hij onderscheidt zich van andere hooggebergten
(den Kaukasus, de Cordillera's, den Himalaya) door zijne groote
toegankelijkheid, geschiktheid voor den landbouw eu bewoonbaar-
heid , en is daardoor tot eene geliefkoosde plek voor het overige
Europa, tot een algemeen land van doortogt voor menschen, zelfs
voor vrachtgoedereu geworden.
1. HORIZONTALE VORM DER ALPEN.
De Alpen worden in 't westen door het laagland der Rhone,
in 't noorden door de Zwitsersche hoogvlakte (van het meer van
Geneve tot aan de BodenseeJ, de Zwabisch-Beijersche laagvlakte,
den Donau, in 't oosten doo"r de Hongaarsche vlakte, in 't zui-
den door de Adriatische zee, de Po-vlakte en de Middelland-
sche zee begrensd. Zij hebben eene uitgestrektheid van 4500
I I m. en zijn dus niet het uitgestrektste hoogland van Europa,
want de Karpathen nemen eene minstens even groote ruimte,
het Skandinavische gebergte en de Oeral eene grootere ruimte
in, maar ten opzigte van hoogte, verscheidenheid en schoon-
heid der natuurvormen komt hun de eerste plaats toe.
De geheele Alpengordel wordt naar zijne hoofdrigtingen iu
twee armen verdeeld, die, wat uitgestrektheid aangaat, zeer
verschillen: een korteren (40 m.) en sm alleren, de West-
Alpen in de rigting van 't zuiden naar 't noorden (van de Mid-
dellandsche zee tot aan den Montblanc), en een längeren (110 m.)
en door de eigendommelijke evenwijdigheid van verschei-
dene ketenen (die men nergens anders in Europa terug vindt)
tevens breederen, de Centraal- ende Oost-Alpen, inde
rigting van 't zuidwesten naar 't noordoosten (van het Rhonedal
tot aan de Hongaarsche vlakte). De beide armen vereenigen
zich in het punt der grootste hoogte van 't geheel, d. i. in de