Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
C. 5IIDDEN-EUR0PA.
In Midden-Europa is de vorm van bergland even overheer-
schend als in Oost-Europa die van laagland, en de beide vor-
men staan in dier voege tegenover elkander, dat in Oost-Europa
het laagland het midden inneemt en de bergen alleen tot grens
dienen, terwijl in Midden-Europa daarentegen een hoogge-
bergte de kern uitmaakt, waarom van drie zijden midden-
gebergtelanden liggen en het laagland den buitenkant
in 't westen en 't noorden , gedeeltelijk ook in 't zuiden en oos-
ten vormt, maar niet in 't midden wordt aangetroffen 1).
§ 52.
HET HOOG-GEBERGTELAND DER ALPEN.
De groote berggordel der Alpen, die op gelijken afstand van
de pool en den evenaar (op beide zijden van den n. br.) in
een halven cirkel loopt tusschen Midden- en Zuid-Europa over
eene lengte van 150 m. en eene van 't westen naar 't oosten
even zeer toenemende breedte (van 20—50 m.) als afnemende
hoogte, heeft het verheven karakter van Midden-Europa's op-
pervlakte bepaald. Vijf landen: Erankrijk, Zwitserland, Italië,
Duitsehland, Hongarije, hebben er gedeeltelijk hunne gedaante
aan te danken; vier groote stroomen (de Donau er onder be-
grepen) gaan van hier uit naar alle rigtingen, ontvangen uit zijne
sneeuw-en ijsvelden voortdurend rijkelijk aanvoeren maken we-
gen voor het verkeer naar de meest verwijderde zeeën.
1) Ten einde een aanschouwelijk beeld der vlakte-vorming van Mid-
den-Europa te hebben, wordt hier het orographische en hydrographische
stelsel in zijn zamenhang gegeven, zonder acht te slaan op de staatkun-
dige grenzen, die zoo menigvuldig de natuurvormen doorkruisen, en wel
volgens de drie geledingen: het h o o g-g eb er g t e, het midden-geberg-
te en dc laagvlakte.
PÜTZ, VERGEL. AARDR. 18