Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
10 EIGENSCHAPPEN DER ZEE. § 3,
minder en dit zoo veel te meer, lio'é hooger de temperatuur aau
de oppervlakte is. Daarom neemt men onder den evenaar het groot-
ste verschil waar tusschen de warme oppervlakte en de koude diepte.
Alleen onder hooge breedtegraden is de oppervlakte kouder dan
de diepte.
De spiegel der zee, ofschoon het regclmatigste deel der aard-
oppervlakte en daarom tot grondslag gebruikt bij hoogte-metingen,
is niet overal even hoog; vooral hebben de binnenzeeën nu eens
meerder hoogte dan de oceaan (zoo als de Oostzee), wegens meer-
deren aanvoer van rivierwater of periodiek binnendringen des oceaans,
dan weder minder (zoo als de Middellaudsehe zee) wegens de ster-
kere uitdamping en de geringere vergoeding daarvoor door de ri-
vieren. Ook is soms de eene binnenzee hooger dan de andere, waar-
mede zij gemeenschap lieeft (de Zwarte zee, die aanzienlijke rivie-
ren opneemt, is hooger dan de ]\Iiddcllandsche zee).
De bewegingen der zee zijn van een dricvoudigen aard:
aa. De golfbeweging ontstaat, wanneer de lucht eene onge-
lijkmatige drukking uitoefent op de watervlakte, zoodat het evenwigt
der oppervlakte wordt gestoord, dat zicli voortdurend zoekt te her-
stellen. Het verschil tusschen de hoogte van den golf berg en de
diepte van het golfdal bedraagt waarschijnlijk zelden meer dan
32'. De strijd tusschen de teruggeworpen golven en die, welke komen
aanrollen, vooral bij hooge en steile kusten, heet branding.
hh. Ebbe en vloed ontstaat hoofdzakelijk door de aantrekking
van het wereldligchaam, dat het digtst bij ons is, de maan, maar ook
door de inwerking der zon. Zij wisselen tweemaal in de 25 uren,
bereiken hunne grootste hoogte en laagte na de nieuwe en de volle
maan en bieden ten tijde der nachteveningen de grootste kontras-
ten aan. Daarom onderscheidt men dagelijksehe, maaudelijksche en
jaarlijksclie perioden van ebbe eu vloed.
cc. Stroomingen der zeel) doorkruisen haar in bepaalde
breedte en in verschilleude rigtingen gelijk eene rivier, ter-
wijl nabijzijnde waterlagen niet bewogen worden en als het ware
de oevers vormen. Zij zijn bijna gelijktijdig afhankelijk van vele
verschillende oorzaken (aswenteling der aarde, aantrekking van zon
1) Over de stroomiugen zie men vooral: die physische Geographie des
Meeres von M. F. Maury, bearbeitet von C. von Boettger; A. v. Hum-
boldt's Kosmos, IV deel. Een lioogst aanschouwelijk beeld geeft nog de
kaart 2 in den School-Atlas van Th. v. Liechtenstern en H. Lange.