Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
256 KXJLTUUR V. H. IBERISCHE SCHIEEEIL. § 51.
der de verschillende dialekten eener zoo menigvuldig gemengde be-
volking hebben zich het Kastiliaanseh en het Portugeesch tot eene
schrijftaal gevormd. Ook in de bedrijven, het volkskarakter, zelfs in
de staatkundige regten en verschillende takken van bestuur zijn de
provinciale onderscheidingen meer volkomen dan in eenigen anderen
Europeschen staat, en gedeeltelijk met zeer veel ijverzucht, behou-
den geworden (bl. 258). Het grootst is de eenheid in godsdienst,
dewijl de Katholieke de alleenheerschende is.
Onder de middelen van bestaan, die allen sedert het staat-
kundig verval aau het afnemen zijn, is de landbouw verreweg
het voornaamste, ofschoon ook deze nog voor eene veel grootere uit-
breiding (vooral in Portugal) vatbaar zou zijn. Overeenkomstig
liet klimaat en de grondsoorten wordt in 't zuiden en 't zuidoosten
van Spanje de kuituur der zuidvruchten, van den olijf- en nioerbe-
ziënboom, alsmede van den wijn gedreven; alleen de wijde vlakte
van den Guadalquivir is met tarwevelden bedekt; op het centrale
lioogland daarentegen worden vooral granen verbouwd; in het noor-
delijke kustland kweekt men sterk Midden-Europesche vrucht-
boomen. De hoofdtak der insgelijks zeer verwaarloosde veeteelt
is de schapenteelt, ofschoon die der Merino's- of trekschapen,
ten gevolge der aanhoudende onlusten en der steeds toenemen-
de mededinging van het overige Europa, afgenomen is. Het m ij n-
wezen is sedert de ontdekking van Amerika in verval geraakt
en bepaalt zich bijna alleen tot ijzer, lood (de Spaansche mijnen
leveren tegenwoordig Vi van de geheele loodproduktie), en
kwikzilver. De verspreide zetels der onbeduidende Spaansche
industrie vindt men in de provinciën, vooral in Valencia, Cata-
lonië en de Baskische provinciën. Handel en scheepvaart
zijn sedert het verlies der aanzienlijke koloniën in Amerika het
ineest verminderd. De uitvoerhandel, beperkt tot ruwe produkten
en weinige voortbrengselen van nijverheid, wordt door den invoer-
handel ver overtroffen. Een levendig binnenlandsch verkeer wordt
tegengewerkt door het gebrek aan gemakkelijke middelen van ge-
meenschap en de geringe natuurlijke bevaarbaarheid der rivieren, als-
mede door het heffen van binnenlandsche toUen. Voorde geestbe-
schaving, vooral voor het volks-schoolwezen, is op het Pyrene-
sche schiereiland nog minder voldoend gezorgd dan in Italië; wel
is ook hier geen gebrek aan universiteiten (1 in Portugal, 14 in
Spanje), maar deze zijn bijna nog meer achterlijk gebleven bij den
snellen vooruitgang der wetenschappen en der methode, dan de
Italiaansehe.