Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
BEVOLK. VAN HET IBERISCHE SCHIEREIL. § 51. 235
groei: wijde vlakten liggen bijna geheel kaal en geven aan het
land een zeer eentoonig aanzien.
c. In het lage gewest, in het zuiden van het Andalusisehe
scheidingsgebergte met de kustvlakten in 't westen en oosten, wordt
de zomertemperatuur door de nabijheid der zee gematigd, even als
de wintertemperatuur er door verhoogd wordt, zoodat bijna het ge-
heele jaar door een mild klimaat heerscht. Hier ontmoeten elkan-
der de Flora van Zuid-Europa en Noord-Afrika in eene eigen-
aardige vermenging. Doch waar kunstmatige besproeijing ontbreekt,
verloochent zich ook hier het eigenaardig karakter der dorheid
van 't schiereiland niet; zelfs de bergen hebben geen bosschen
met hoogopgaande boomen, en meestal niet anders dan struik-
achtige gewassen, dikwerf naauwelijks met mos en vlechten be-
dekt.
Bevolking.
Het getal I) is in Spanje (zonder de Kanarische eilanden):
16'/^ mill.? op 9064 Q mijlen.
In Portugal 3mill, op I77I □ mijlen.
Dus in Spanje ongeveer 1800, in Portugal 2014 op 1
□ mijl.
De bevolking is het dunst in de binnenprovinciën, het sterkst
in de kustprovinciën, vooral de noordelijke en noordoostelijke; in
het midden staan de zuidelijke. De schaarsche bevolking van het
onvruchtbare centrale hoogland woont meestal in middenmatige
steden, vlekken en groote, maar niet talrijke en dus ver van elkan-
der gelegen dorpen. De meeste groote steden behooren tot de dig-
ter bewoonde terrassen en kustzoomen, zoodat de steden van Spanje
als het ware een krans om het land vormen; de groote hoogvlakte
heeft, behalve de hoofdstad Madrid, er maar eene enkele met meer
dan 20000 inwoners (Valladolid).
Volgens afstamming bestaat de tegenwoordige bevolking van
het schiereiland uit eene vermenging van Celtiberisehe, Romein-
sche, Germaansche (Gothische) en Arabische elementen, waarbij in
't zuiden het Arabisch, in 't noorden het Gothisch een sterk merk-
baar overgewigt heeft. Nog vindt men in de Baskische provinciën
overblijfselen der Celtisehe oorspronkelijke bewoners (bl. 258). Ou-
1) Over de onzekerheid zelfs der jongste telling, zie Peterm. Mitth.
1859, bl. 203.