Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
254 KLIM. EN PLANTENGEEOEI V. H. LBEB. SCHIEEEIL.
daarom droogen zij dan ook in den zomer op enkele plaatsen
op, terwijl in den ^vinter hare schuimende wateren buiten de
oevers treden; zij zijn dus niet bevaarbaar, ook zelfs dan niet
als zij geene schietstroomen hadden. De vierde zich in den
oceaan stortende rivier, de Guadalquivir, ontvangt uit
den voorraad van sneeuw op het zuidelijk hooggebergte genoeg-
zamen toevoer en wordt door kleine zeeschepen tot Sevilla en
door rivierschepen tot Cordova bevaren. Insgelijks heeft de
eenige belangrijke stroom naar de Middellandsche zee, de E b r o,
aanzienlijken toevoer uit het noordelijke hooggebergte, maar is
eerst bevaarbaar geworden door het Keizerskanaal, dat even-
wijdig met zijn middenloop aangelegd is. De laagvlakte van
den Guadalquivir en van den Ebro zijn derhalve ook de belang-
rijkste landschappen ten opzigte van handel en historie, want
juist in de vlakte en aan de golfrijke kust van Andalusië lig-
gen de oudste en beroemdste, reeds door de Pheniciërs ge-
stichte steden.
Klimaat en plantengroei.
Ten gevolge van de vertikale gedaante der oppervlakte splitst
zich het Iberische schiereiland, wat klimaat en plantengroei be-
treft, in drie gewesten, die gedeeltelijk zeer sterke tegen-
stellingen op eene beperkte ruimte aanbieden.
a. Een noordelijk gewest, d. i.noordelijk en noordoostelijk
van het hoogland; dit heeft, onder den invloed van een vochtigen
dampkring en van den regenaanbrengenden westewind {el criador
— de voortbrenger genaamd) in het algemeen het klimaat en de
produkten van Midden-Europa. In 't bijzonder genieten de landen van
den noordelijken rand de voordeden van hunne ligging in de nabij-
heid van den oeeaan, en hun klimaat heeft eene in 't oog loopende
overeenkomst met dat van Engeland.
b. Het middenste hoogland tusschen de beide randgeberg-
ten heeft in de sterkste tegenstelling tot het eerste gewest bepaal-
delijk een vastlandklimaat, een steeds helderen, onbewolkten he-
mel, gebrek aan regen en aan bronnen, in den zomer weinig aanvoer
van het spoedig verdwijnende sneeuwkleed der gebergten, daaren-
tegen den Afrikaanschen verschroeijenden brandenden wind. Een
natuurlijk gevolg daarvan is eene groote armoede in den planten-