Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Pütz, W.; Jurrius, J.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1860 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-935
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201752
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der vergelijkende aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
KIVIEREN VAN HET IBERISCHE SCHIEEEIL. § 51. 253
bl. In't zuiden het Andalusische scheidingsgebergte,
waarvan het middenste Siërra Morena heet.
Even als de Cantabrische noorderrand met den zuidelijken voet
op de hoogvlakte staat, staat de zuiderrand van het centrale hoogland
er met den noordelijken voet op, terwijl de zuidelijke voet diep, maar
langzaam naar den Guadalquivir helt.
Deze beide randgebergten in 't noorden en zuiden hebben elk
driemaal vreemde veroveraars in hun zegevierenden loop gestuit;
het noordelijke diende aan de Cantabriërs en Asturiërs eerst tegen
de Romeinsche, vervolgens tegen de Westgothische magt, later
aan de Gothen zeiven tegen de Arabieren als eene schuilplaats voor de
verdrukte nationaliteit; het zuidelijke was voor de Gothen een be-
schermende muur tegen het voortdringen der Byzantijnen en om-
gekeerd voor de Mooren tegen de Christenen, voor de Spanjaar-
den tegen de Franschen, terwijl het open hoogland gemakkelijker
in handen der overwinnaars viel. In het algemeen strekt geen land tot
een meer in 't oog loopend bewijs om aan te toonen, hoezeer de gang
der ontwikkeling van de geschiedenis der volkeren (en der oorlo-
gen in 't bijzonder) met het eigenaardige van de natuur des lands
verbonden is, dan Spanje.
Hoe volgen de hoofdvormen der vertikale geleding in de
rigting van 't noorden naar 't zuiden ?
Rivieren.
De hoofdstroomen ontspringen noch op het hooggebergte,
noch op een der beide randgebergten (in 't noorden en zuiden),
die de hoogvlakte afsluiten, maar de o o s t e 1 ij k e rand van het
hoogland is haar gemeenschappelijk brongebied en tevens de
smalle (3500' hooge) waterscheiding tusschen de Middelland-
sche zee en den oceaan, de grens tusschen het oceanische en het
maritieme Spanje (het eerste is het laatste van 't geheel).
Wegens de geringe volstrekte hoogte van dit gemeen brongebied
ontvangen de rivieren daaruit geen voortdurenden aanvoer door
smeltende sneeuw. Bovendien loopen drie rivieren, die zieh in
den oceaan ontlasten: de Duero (Portugeeseh: Douro), de
Taag en de Guadiana over de steppenvormige hoogvlakte
zonder regen, steeds de eenige helling (naar het westen) volgende;